Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 15

194

Het

toezicht.

De vakken van

onderwijs.

den burgemeester der gemeente of gemeenten, waar men gedurende de laatste twee jaren heeft gewoond. Van hen, die bijzonder middelbaar school- I of huisonderwijs geven, wordt behalve dit getuigschrift en een akte van f bekwaamheid ook nog gevorderd een bewijs, dat deze beide stukken door burgemeester en wethouders der gemeente, waar het onderwijs zal gegeven worden, zijn gezien en in orde bevonden. Omtrent de afgifte van dit bewijs wordt uiterlijk binnen vier weken te rekenen van den dag, waarop de aanvraag daartoe is geschied, door burgemeester en wethouders beslist. Van die beslissing, en ook wanneer binnen dien termijn de beslissing niet is kenbaar gemaakt aan hem, die het onderwijs wenscht te geven, wordt beroep op gedeputeerde staten en hooger beroep op den Koning toegelaten.

Het toezicht op de openbare en bijzondere scholen van middelbaar onderwijs is onder het oppertoezicht van den minister van onderwijs, kunsten en wetenschappen opgedragen aan plaatselijke commissiën en aan inspecteurs. De inspecteurs worden door den Koning benoemd. In de artt. 53 en J 54 der wet is de werkkring en de taak der inspecteurs omschreven. De plaatselijke commissiën van toezicht op het middelbaar onderwijs komen in de volgende paragraaf ter sprake.

§ 15. De gemeentebesturen en het middelbaar onderwijs.

In art. 16 zijn de vakken, welke aan hoogere burgerscholen met dne-j jarigen cursus en in art. 17 die, welke aan hoogere burgerscholen metj vijfjarigen cursus onderwezen moeten worden, genoemd. Feitelijk zijn deze vakken slechts verplichtend voor de rijks hoogere burgerscholen. Als door gemeenten hoogere burgerscholen worden opgericht, hetzij met of zonder rijkssubsidie, dan kan volgens art. 21 der wet het plan van onderwijs aan die inrichtingen naar de omstandigheden gewijzigd, ingekrornpen of uitgebreid worden, behoudens het bij koninklijk besluit vastgesteld algemeen

leerplan. »'• . .

De inrichting van gemeentelijke middelbare scholen voor. meisjes, met of zonder subsidie gesticht, wordt aan de stichters overgelaten, behoudens] de voorwaarden aan eventueel verleende subsidies te verbinden. In eenige gemeenten zijn met subsidie uit 's rijks schatkist dergelijke scholen opgericht en in stand gehouden, totdat in 1885 door de tweede kamer de post voor subsidies van de begrooting voor binnenlandsche zaken is afgevoerdj Sommige gemeenten hebben toen hun middelbare meisjesscholen veranj derd in scholen voor voortgezet lager onderwijs, om de bijdrage volgend de wet op het lager onderwijs, waarover wij op bladz. 86 en volgende) gehandeld wordt, te kunnen genieten.

Sluiten