Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 16

200

Definitie van

hooger

onderwijs.

Openbaar hooger 'onderwijs.

Bijzonder hooger f onderwijs.

zooals die luidt na deze wijziging, is bekend gemaakt bij koninklijk besluit van 6 Juni 1905 (st.bl. no. 180). Daarna is de wet nog gewijzigd bij de wet van 5 Juni 1905 (st.bl. no. 154), 9 Februari 1911 (st.bl. no. 54), 7 November 1917 (st.bl. no. 616), 26 April 1918 (st.bl. no. 268), 7 Juni 1919 (st.bl. no. 307), 1 Maart 1920 (st.bl. no. 105) en 11 Juni 1921 (st.bl. no. 782) en voor zooveel het hooger-landbouw- en het hooger-veeartsenijkundig onderwijs betreft bij de wet van 15 December 1917 (st.bl. no. 700), gewijzigd bij de wet van 3 Juni 1918 (st.bl. no. 325).

Zij kan aangehaald worden onder de titel „hooger-onderwijswet".

Zij geeft in art. 1 van hooger onderwijs de volgende definitie: „Hooger onderwijs omvat de vorming en voorbereiding tot zelfstandige beoefening der wetenschappen en tot het bekleeden van maatschappelijke betrekkingen, waarvoor een wetenschappelijke opleiding vereischt wordt". De bepaling betrekkelijk het hooger landbouw- en het hooger veeartsenijkundig onderwijs sluit zich daarbij aan. Het omvat volgens art. 1 der wet van 1917 de vorming en voorbereiding tot zelfstandige beoefening der landbouw en der veeartsenijkundige wetenschappen en tot het bekleeden van maatschappelijke betrekkingen, waarvoor opleiding in die wetenschappen vereischt wordt.

Ook de scholen van hooger onderwijs worden onderscheiden in openbare en bijzondere. Openbare scholen zijn die, welke opgericht zijn en onderhouden worden door het rijk en gemeenten, afzonderlijk of gezamenlijk; de overige zijn bijzondere scholen.

Het openbaar hooger onderwijs wordt gegeven aan gymnasia, hoogescholen en universiteiten.

Gymnasia zijn instellingen voorbereidend tot universitair onderwijs.

Wij hebben drie hoogescholen n.1. de technische hoogeschool te Delft, de landbouwhoogeschool te Wageningen en de veeartsenijkundige hoogeschool te Utrecht, terwijl er drie rijksuniversiteiten zijn en wel te Leiden, te Utrecht en te Groningen. Te Amsterdam bestaat een gemeentelijke universiteit.

Een universiteit biedt gelegenheid tot beoefenen van alle wetenschappen, in tegenstelling met een hoogeschool waar slechts gelegenheid bestaat tot het beoefenen van een bepaald onderdeel der wetenschap.

Ieder Nederlander, ieder vreemdeling, aan wien bij koninklijk besluit vergunning verleend is om hooger onderwijs te geven, elke erkende vereeniging en ieder kerkgenootschap bezit de vrijheid om een bijzondere school voor hooger onderwijs te openen, onder voorwaarde, dat de oprichter daarvan vooraf kennis geeft aan het gemeentebestuur en aan den minister met overlegging van de reglementen of statuten. Geschiedt de stichting van

Sluiten