Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

207

Hfdst. VIII § 18

schappelijk werk; e. scholen voor speciale doeleinden; ƒ. scholen voor techniek en nijverheid; g. scholen voor nijverheidskunst en kunstambacht; h. scholen voor den mijnbouw; i. scholen voor de zeevaart; j. scholen voor huishouden, landbouwhuishouden, vrouwelijke handwerken en maatschappelijk werk; k- scholen voor opleiding van leeraren of voor speciale doeleinden. (Art. 11.)

Onderwijs volgens het leerlingstelsel wordt genoten door leerovereenkomsten. Deze leerovereenkomsten worden gesloten tusschen patroons en wettelijke vertegenwoordigers van leerlingen ten overstaan van door den minister aan te wijzen rechtspersoonlijkheid bezittende instellingen of vereemgingen en gemeenten, welke zich de bevordering van het nijverheidsonderwijs ten doel stellen en welker besturen zich uitdrukkelijk bereid hebben verklaard aan de ontwikkeling van het leerlingwezen mede te werken. (Art. 39, tweede lid.)

Leerovereenkomsten mogen alleen worden aangegaan met patroons, wier bedrijf: li ijsL:

a. wordt uitgeoefend in of nabij een gemeente, in welke gelegenheid bestaat tot het volgen van voldoende theoretisch schoolonderwijs in verband met het gekozen ambacht, vak of beroep;

b. van dien omvang en van dien aard is, dat de leerling bij hem het ambacht, vak of beroep, in hetwelk hij wenscht te worden opgeleid voor zooveel de praktijk daarvan betreft, kan leeren. (Art. 41.)

Vooral ook m de vakopleiding moeten theorie en praktijk hand aan hand gaan. Volgens art. 4 der wet moet het praktisch en theoretisch onderwijs worden gegeven in overeenstemming.met de eischen, welke in het maatschappelijk leven worden gesteld. Dit moet ook gelden voor het onderwijs volgens het leerlingstelsel, ofschoon men daarvoor een dergelijke bepaling niet aantreft. De voorkeur moet gegeven worden aan een schoolopleiding boven die welke door middel van een leerlingstelsel wordt verkregen. Er moet voor gewaakt worden, dat de beste wijze van opleiding niet in het gedrang wordt gebracht door een minderwaardige en daarom achtte de minister het als stelsel juist gezien het leerlingwezen zich te doen aansluiten aan en te doen strekken als aanvulling van de scholen, welke op dit gebied zullen werkzaam zijn. Vereenigingen, die uitsluitend opleiding door middel van het leerlingwezen beoogen, worden intusschen door de redactie van het betrekkelijk wetsartikel niet uitgesloten, al zullen in de eerste plaats in aanmerking moeten komen de instellingen, vereenigingen en gemeenten, die nijverheidsscholen exploiteeren.

Het schoolonderwijs wordt naar den aard en het doel van het onderwijs on- Lager. en derverdeeld in: a. lager onderwijs; b. middelbaar ónderwijs.(Art. 1, derde lid), middelbaar

Sluiten