Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. VIII § 18

212

Aantal

leeraren, hun rechten en verplichtingen.

Bezoldiging der leeraren.

Toelating van leerlingen in verband met godsdienstigegezindte en lichamelijke geschiktheid.

Leerplan, lesrooster.

ontstentenis of tijdelijke verhindering van een directeur of leeraar de opengevallen plaats gedurende meer dan een maand waarneemt. (Art. 18, 19 en 20 der wet.)

Al hetgeen het getal der leeraren, de verplichtingen en rechten van den directeur, de andere leeraren en het verder personeel betreft, wordt, voor zooverre het niet door deze wet is geregeld, met inachtneming van bij koninklijk besluit van 11 Juli 1921 (st.bl. no. 921) gegeven voorschriften, wat de rijksscholen aangaat, door den minister en wat de van rijkswege gesubsidieerde bijzondere en de gemeentelijke scholen betreft, onderscheidenlijk door de school- en gemeentebesturen bepaald. (Art. 16.)

De bij het aangehaalde besluit gegeven voorschriften zijn zoo uitgebreid, dat er niet zoo heel veel meer ter regeling overblijft.

Bij het koninklijk besluit van 11 Juli 1921 (st.bl. no. 921) is als bijlage gevoegd een regeling van de bezoldiging van directeuren, leeraren en verder personeel aan de van rijkswege gesubsidieerde bijzondere en gemeentelijke nijverheidsscholen.

Ten einde toelating te verkrijgen van leerlingen, die anders van nijverheidsonderwijs verstoken zouden moeten blijven, schrijft art. 14 voor, dat aan geen leerling de toegang tot een van rijkswege gesubsidieerde bijzondere of openbare school geweigerd mag worden op grond van godsdienstige gezindte, tenzij het een bijzondere school betreft uitsluitend voor interne leerlingen bestemd. Den leerling moet de noodige tijd gelaten worden tot het volgen van godsdienstonderwijs en het waarnemen van kerkelijke plichten.

Bij de aanvrage om toelating tot deze scholen wordt een geneeskundige verklaring overgelegd, uit welke blijkt, of de leerling voor het gekozen ambacht, vak of beroep lichamelijk al dan niet geschikt is. Plaatsing mag niet worden geweigerd uitsluitend op grond van de overweging, dat deze verklaring niet gunstig luidt.

De wetgever heeft met den laatsten zin bedoeld, ook al luidt de geneeskundige verklaring ongunstig, ten slotte de beslissing aan de ouders of voogden te laten1).

Voor de toelating der leerlingen wordt verder verwezen naar het koninklijk besluit van 11 Juli 1921 (st.bl. no. 921).

Door den minister worden algemeene voorschriften gegeven omtrent de inrichting van leerplannen en lesroosters der van rijkswege gesubsidieerde bijzondere en der gemeentelijke scholen. Bij deze algemeene voorschriften wordt rekening gehouden met de wenschehjkheid, de lichamelijke ontwikkeling der leerlingen te bevorderen.

*) Zie de memorie van antwoord, eerste kamer.

ÜÜHBL1

Sluiten