Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. IX § 1

220

De verplichtingen van vader, moeder, voogd en verzorgers.

.Leerplicht geen

schooldwang. I

Bestrijding van absoluut en relatief verzuim.

9 en 10 der wet en voor de gegevens, welke de gemeentebesturen en de hoofden van scholen verplicht zijn te verstrekken volgens art. 17 der wet. (De leerplichtbeschikking.)

In de memorie van toelichting (1900) wordt er aan herinnerd, dat reeds in de artt. 159 en 353 van het burgerlijk wetboek aan de ouders de verplichting is opgelegd om hun kinderen te onderhouden en op te voeden. Als zij de verplichting om hun kinderen te onderhouden niet naleven loopen zij gevaar met den strafrechter kennis te maken1), doch voor 1901 bleef hij, die de opvoeding van een kind geheel verwaarloosde steeds ongestraft en in het volle bezit van de vaderlijke macht. De leerplichtwet heeft tegen de ouders, die een hoofdpunt van de opvoeding kunner kinderen: te zorgen dat zij geregeld lager school- of huisonderwijs ontvangen, veronachtzamen, straf bedreigd 2).

De leerplichtwet heeft alleen ten doel te verzekeren, dat alle kinderen behoudens de ook na de jongste wijziging zeer ruim gestelde uitzonderingen, het noodige lager onderwijs zullen genieten. Of dat onderwijs wordt genoten op school of wel te huis is voor den wetgever gelijk, mits slechts de waarborg bestaat, dat deugdelijk onderwijs wordt verstrekt. De wet heeft leerplicht en geen schooldwang willen invoeren. Om dat duidelijk te doen uitkomen is art. 1 der leerplichtwet opzettelijk zoo geredigeerd, dat ter zake van den leerplicht huis- en schoolonderwijs volkomen gelijk gesteld worden.

De leerplichtwet wil zoowel het absolute als het relatieve school- en leerverzuim bestrijden, doch de wet is van veel meer belang voor de beperking van het relatieve dan van het absolute verzuim. Ook voor de invoering der leerplichtwet kwam in ons land het absolute verzuim met zoo verbazend veel voor en de mazen der wet zijn wel zoo wijd, dat zij, die gewetenloos genoeg waren om voor de invoering van de leerplichtwet hun kinderen van alle onderwijs verstoken te laten, ook thans vaak nog wel een middel zullen kunnen vinden om de door de leerplichtwet hun opgelegde verplichting te ontduiken. Tot beteugeling van het relatieve verzuim is de waarde der wet heel wat grooter en het staat vast, dat zij in dit opzicht zeer veel verbetering gebracht heeft, niettegenstaande de vele leemten en fouten, welke bij de toepassing der wet aan het licht gekomen zijn. Omtrent vele van die leemten en fouten zijn voorzieningen getroffen bij de herzieningswet van 15 October 1921.

x) Zie de artt. 255 en volgende van het wetboek van strafrecht.

2) De wet van 6 Februari 1901 (st.bl. no. 62), heeft in een ander opzicht de ouders, die hun plichten ten aanzien van hun kinderen verwaarloozen, willen treffen en wel door ze in zoodanige gevallen van de ouderlijke macht te ontheffen of te ontzetten.

Sluiten