Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. IX § 1

224

de minister een uitlegging geeft, waarvoor de utiliteit spreekt, doch die feitelijk niets anders is dan een groote ketterij tegen een gezonde wetsinterpretatie.

Voor het eindpunt van den leerplicht is als grondslag aangenomen het doorloopen van een zevenjarigen leercursus. De leerling, die geregeld van de eene klasse naar de andere overgaat, zal, als hij op zijn zesde jaar naar school gaat, van leerplicht vrij zijn op 13-jarigen leeftijd. Wordt hij niet geregeld van de eene klasse tot de andere bevorderd, dan zal hij niet vrij zijn van de leerverplichting, voordat hij de hoogste klasse heeft doorgemaakt. Dit laatste echter met eenige reserve. Zeer achterlijke kinderen toch zullen misschien op hun 13de jaar in een der lagere klassen zitten. Van hen te vorderen, dat zij steeds den zevenjarigen leercursus, dus alle klassen, moeten doorloopen, zou onredelijk zijn. Daarom bepaalt het vierde lid van art. 3: „De verplichting eindigt in ieder geval, indien het kind de klasse heeft doorloopen, waarin het bij het bereiken van den veertienjarigen leeftijd was geplaatst .

Voor zoover het onderwijs gegeven wordt in klassen, die samen een langeren leertijd dan zeven jaren innemen, moeten zooveel klassen doorloopen worden, als samen een leertijd van zeven jaren omvatten, met dien verstande, dat in het laatste geval de verplichting nimmer eindigt, voordat het land den dertienjarigen leeftijd bereikt en de klasse, waarin het bij het bereiken van dien leeftijd geplaatst was, doorloopen heeft. (Art. 3, derde lid).

Een kind, dat bij zijn toelating op de school terstond in een hoogere klasse wordt geplaatst, wordt geacht den leertijd, dien de lagere klasse of klassen innemen, doorloopen te hebben. (Art. 3, vijfde lid.)

Voor een land, dat bij het bereiken van den veertienjarigen leeftijd absoluut schoolverzuim pleegt, is de leerpHchttijd afgeloopen, zoodra deze leeftijd bereikt is, omdat alleen voor kinderen, die bij het bereiken van den veertienjarigen leeftijd in een klasse geplaatst zijn, de leerverphchtmg ophoudt na bet doorloopen van die klasse. Dit is ook te kennen gegeven in de memorie van antwoord op het verslag der eerste kamer (1900), waar men leest: „Voor het kind, dat, om welke redenen ook, op dat tijdstip (d.i. op het tijdstip, dat het kind den dertienjarigen (nu veertienjarigen) leeftijd bereikt heeft, in geen klasse eener school geplaatst was, bestaat vanzelf geen wettelijke leerplicht meer" x). De tijd Omtrent den tijd, dat aan de kinderen, die huisonderwijs genieten, vol-

gedurende fomde Wer onderwijs verstrekt moet worden, geven de eerste alinea's welken huis- ° * .. i r\ i* i_ •

onderwijs van art. 4 der leerplichtwet de noodige regels. Deze verplichting vangt

moet verstrekt */V'. "

worden.

l) Dit is ook beslist bij arrest van den hoogen raad van 20 Januari 1908.

Sluiten