Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. IX § 1

228

(st.bl. no. 134) x) toegepast moet worden, alsmede ingeval krachtens een bepaling van een plaatselijke verordening een kind een school tijdelijk niet mag bezoeken;

3°. Tijdelijke wegzending van de school als tuchtmaatregel.

In de drie gevallen, waarin relatief schoolverzuim is geoorloofd, welke wij nu genoemd hebben, is van het verleenen van vergunning of verlof geen sprake. Door het hoofd der school is in deze gevallen slechts te constateeren, dat het geval zich voordoet. Anders is dat, indien een der geldige redenen van schoolverzuim, genoemd in art. 12, sub 4°. en 5°, zich voordoet, dan is vergunning of verlof noodzakelijk;

4°. Vergunning om de school tijdelijk niet te bezoeken ten behoeve vanwerkzaamheden in of voor de bedrijven van landbouw, tuinbouw, veehouderij of veenderij, verleend door den inspecteur op grond van art. 13. Zie hiervoor bladz. 238, 239 en 240.

De artt. 13, 14 en 15 handelen nader over deze vergunning. Wij teekenen daaruit hier alleen op, dat ten behoeve van werkzaamheden in of voor de bedrijven van landbouw, tuinbouw of veehouderij door den inspecteur voor kinderen, die in de laatste zes maanden, voorafgaande aan de aanvrage, de school geregeld hebben bezocht, jaarlijks voor ten hoogste twee weken, ongerekend de vacantiën, vergund kan worden de school tijdelijk niet te bezoeken. De voor het geregeld schoolbezoek aansprakelijke persoon, die de vergunning heeft gevraagd, kan van de weigering van den inspecteur bij den hoofdinspecteur in beroep komen. De inspecteur^ kan de vergunning voor landbouwwerkzaamheden enz. alleen weigeren: 1°. op grond van niet geregeld schoolbezoek gedurende de laatste zes maanden, voorafgaande aan de aanvrage; 2°. indien er gegronde reden is om te vermoeden, dat van de vergunning geen gebruik zal worden gemaakt voor het doel, in het eerste lid van artikel 13 omschreven; 3°. indien zij wordt gevraagd voor werkzaamheden, welke in loondienst worden verricht; 4°. indien het kind den leeftijd van elf jaren nog niet heeft bereikt.

Zie verder hetgeen in paragraaf 2 van dit hoofdstuk te dezer zake nog opgemerkt zal worden;

5°. Ongesteldheid van het kind, vervulling van godsdienstplichten ot andere ernstige omstandigheden, die als geldige redenen kunnen worden

beschouwd. -n

Uit de bijvoeging „of andere ernstige omstandigheden blijkt duidelijk, dat de opsomming van de geldige redenen niet limitatief is. Behalve de uitdrukkelijk genoemde zijn er nog tal van andere denkbaar, die niet te

l) Zie bladz. 348 van het tweede deel.

mUSsS!

Sluiten