Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. IX § 2

232

De voor plaatsing aangegeven, maar nog niet geplaatste leerlingen.

De nieuwe voorschriften voor de kinderen van den leerplichtigen leeftijd en die als leerling eener school zijn ingeschreven.

de gevallen van absoluut school- en leerverzuim en daarvan kennis te geven aan de commissie tot wering van schoolverzuim. Nu kan echter volgens § 4 de minister bepalen, in welke gemeenten dit onderzoek en deze kennisgeving door burgemeester en wethouders zullen geschieden. In art. 1 der leerplichtbeschikking is bepaald, dat zoodanige gemeente een „aangewezen gemeente" wordt genoemd.

In de memorie van toelichting (1921) wordt opgemerkt, dat de mogelijkheid niet uitgesloten is, dat het in bepaalde gemeenten tot besparing van tijd en moeite zoowel aan gemeentebesturen als inspecteurs kan leiden, indien de opsporing van het volstrekte verzuim niet door den inspecteur maer ter gemeentesecretarie geschiedt. In de praktijk geschiedde dit ook voor de jongste wetswijziging in enkele der grootste gemeenten. Deze practische oplossing wordt nu door de wet erkend.

Bij ministerieele beschikking van 9 Januari 1922 zijn aangewezen de gemeenten 's-Gravenhage, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht.

Bij formulier, model Fm, moeten de hoofden der scholen uiterlijk des Donderdags van elke week aan den inspecteur mededeeling doen o. m. omtrent m de vorige week voor plaatsing aangegeven, maar nog niet geplaatste leerlingen.

Als de aangifte voor plaatsing van leerlingen op een openbare lagere school ter gemeentesecretarie geschiedt dan zijn voor de niet aangewezen gemeenten (zie hierboven) bij de leerplichtbeschikking de volgende voorschriften gegeven voor de aangegeven leerlingen van ten minste zevenjarigen leeftijd die nog niet op een school geplaatst konden worden. De burgemeester moet daarvan bij formulier, model C mededeeling doen aan den inspecteur van de inspectie, waarin die kinderen wonen en wel binnen 14 dagen, nadat een aangifte gedaan is. In een aangewezen gemeente geschiedt deze alleen omtrent de kinderen, die in een andere gemeente woonachtig zijn.

De formulieren model C worden ten behoeve der gemeentebesturen van rijkswege kosteloos aan die besturen verstrekt.

Hoe de arrondissementsschoolopziener (thans de inspecteur) bekend werd met de kinderen die in den leerplichtigen leeftijd vallen, regelde volgens de wet van 1900 art. 18.

Dit wetsartikel bepaalde dat jaarlijks voor 17 Januari door burgemeester en wethouders in dubbel een alphabetische lijst, al of niet naar leeftijdsjaren ingericht, moest opgemaakt worden van de kinderen, welke zich op den eersten dag der maand Januari in de gemeente bevonden en die in den loop van dat jaar den leeftijd van zeven tot dertien jaren (thans 14 jaar) bereikt hebben of zullen volbrengen en bevatte evenals de uitvoenngsvoorschriften hieromtrent nog vele voorschriften.

Sluiten