Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

233

Hfdst. IX § 2

Ook bevatte de wet oorspronkelijk uitvoerige voorschriften voor het verstrekken van gegevens om te kunnen vaststellen welke leerplichtige kinderen op een lagere school zijn ingeschreven. Het eerste lid van art. 19 der leerplichtwet van 1900 bepaalde daaromtrent, dat jaarlijks vóór 22 Januari de hoofden van de openbare en van de bijzondere scholen in dubbel een alphabetische lijst moesten opmaken van de op den vijftienden dier maand bij hen schoolgaande kinderen met afzonderlijke vermelding van die kinderen, die niet meer vielen onder de bepalingen van de leerplichtwet. Art. 19 der wet en de uitvoeringsvoorschriften bevatten hiervoor nog meerdere bepalingen.

De artt. 18 en 19 zijn thans uit de wet verdwenen en daarvoor (ook ter vervanging van het oude art. 17) is in de wet een nieuw art. 17 opgenomen, luidende als volgt:

„De gemeentebesturen en de hoofden der scholen zijn verplicht de voor de uitvoering dezer wet vereischte gegevens te verstrekken.

Voor zooveel noodig wordt door Onzen minister, met de uitvoering der lager-onderwijswet 1920 belast, vastgesteld, welke die gegevens zijn, en in welken vorm, op welke tijdstippen en aan welke autoriteiten zij verstrekt moeten worden.

Deze autoriteiten, zijn verplicht de hoofden der scholen bij niet inzending of onvolledige inzending .der gegevens aan te manen, binnen een door haar gestelden termijn alsnog aan hun verplichting te voldoen."

Volgens de memorie van toelichting (1921) is dit een en ander ter regeling-aan den minister gelaten om in den omvangrijken administratieven arbeid door de artt. 17, 18 en 19 der wet (1900) opgelegd die vereenvoudigingen te kunnen aanbrengen, welke door de praktijk als wenschelijk en mogelijk zijn aangewezen.

Voor de gegevens, welke de gemeentebesturen en de hoofden der scholen tot uitvoering van artikel 17 der wet te verstrekken hebben, den vorm waarin, de tijdstippen waarop en de autoriteit, aan wie zij verstrekt moeten worden, zijn thans uitvoerige voorschriften vastgesteld in de leerplichtbeschikking.

Voor de opgaaf der kinderen van den leerplichtigen leeftijd vindt men ( m de leerphchtbeschikking voorschriften, welke op het volgende neerkomen. J

Vóór 16 Januari 1922 leggen burgemeester en wethouders van elke ge- P meente een kaartverzameling aan met gegevens betreffende de kinderen, k die zich op den Isten dier maand in de gemeente bevinden en in den loop van dat jaar den leeftijd van 7 tot en met 14 jaar zullen volbrengen.

De kaart is ingericht volgens het bij deze beschikking behoorende formulier, model El Voor de jongens worden grijze en voor de meisjes licht-

:t e 9

i

f

Opgaat der kinderen van den leerplichtigenleeftijd.

Sluiten