Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

245

Hfdst. IX § 3

wering van schoolverzuim. In de memorie van toelichting werd dienaangaande opgemerkt, dat de instelling van commissiën tot wering van schoolverzuim eenige uitgaven ten gevolge zal hebben wegens vuur en licht er bureaukosten. Naar het oordeel van den ondergeteekende is het niet twijfelachtig, dat die uitgaven, als behoorende tot die van het plaatselijk toezicht op het lager onderwijs, ten laste van de gemeente komen. Het is echter niet onmogelijk, dat later blijken zoude, dat daaromtrent verschil van inzicht bestaat. Om derhalve te dien aanzien kwesties te voorkomen, is het betrekkelijke artikel x) in dien zin aangevuld, dat geen twijfel kan bestaan, of de commissiën tot wering van schoolverzuim wel onder het plaatselijk toezicht zijn begrepen. Thans zegt art. 55 der lager-onderwijswet 1920 onder letter m, dat tot de kosten van het lager onderwijs ook behooren die van de commissiën tot wering van schoolverzuim.

De enkele bepalingen omtrent huishoudelijke aangelegenheden, welke het koninklijk besluit bevat, zijn niet voldoende en daarom bepaalt dat besluit ook nog, dat de gemeenteraad een huishoudelijk reglement voor de commissie of commissies moet vaststellen.

Indien den inspecteur blijkt, dat een commissie tot wering van schoolverzuim m gebreke blijft, de haar opgedragen werkzaamheden te vervullen, geeft hij daarvan kennis aan den commissaris des Konings in de provincie en aan burgemeester en wethouders, met opgave der feiten, waaruit hem haar verzuim is gebleken.

Acht de commissaris des Konings het verzuim voldoende geconstateerd, dan schrijft hij burgemeester en wethouders aan, op den daarbij door hem bepaalden dag op te treden in de plaats der commissie, die van dien dag af van rechtswege is ontbonden.

Burgemeester en wethouders geven van hun optreden kennis aan den commissaris en aan den inspecteur en blijven de werkzaamheden vervullen, totdat een nieuwe commissie overeenkomstig de voorschriften der wet en van het koninklijk besluit van 28 December 1921 is benoemd en haar taak heeft aanvaard.

In het geval, dat de commissie ontbonden is gaan alle bevoegdheden en verplichtingen der commissie tot wering van schoolverzuim op burgemeester en wethouders over, met dien verstande:

1 . dat de oproeping der aansprakelijke personen, opgedragen aan den secretaris der commissie, door den burgemeester wordt verricht;

2°. dat, indien meer dan één commissie in dezelfde gemeente moet vervangen worden, burgemeester en wethouders voor die commissiën gelijktijdig zitting houden. l) Zie art. 44, letter A, later geworden art. 47, letter h, der wet op het lager onderwijs 1878.

Het optreden van burgemeester en wethouders in plaats van de commissie.

Sluiten