Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. IX § 4

246

Bevordering van getrouw schoolbezoek.

Het naar school

brengen van schoolverzuimers door ambtenaren der politie.

Indien de gemeenteraad niet binnen drie maanden na het tijdstip, waarop een commissie is ontbonden een nieuwe commissie heeft ingesteld of indien hij in een vacature, welke in een commissie ontstaan is, niet binnen drie maanden heeft voorzien, moet de instelling of de aanvulling der commissie door den commissaris des Konings in de provincie geschieden. Als de wetten, maatregelen, bevelen, reglementen of verordeningen een bepaalde medewerking van den raad vorderen en die door dezen wordt geweigerd, moeten volgens art. 126 der gemeentewet burgemeester en wethouders daarin voorzien en als deze ook niet of niet behoorlijk voor de uitvoering zorgen, dan kan volgens art. 127 der gemeentewet de commissaris des Konings daarin voorzien ten koste van de nalatigen. Van dezen regel is door de bovenstaande bepaling van het zevende lid van art. 21 der wet afgeweken. In het verslag der eerste kamer (1900) werd gevraagd waarom in dit geval reeds dadelijk de commissaris der Koningin tot handelen geroepen wordt? Op die vraag antwoordde de minister bij zijn memorie, dat het ontbreken dezer commissiën uitvoering der wet onmogelijk maakt, waarom bij nalatigheid van den gemeenteraad de weg tot het in het leven roepen der commissie zooveel mogelijk moet worden bekort en dat afwijkingen van den bedoelden regel in dergelijke gevallen meer voorkomen, bijv. in art. 32, tweede lid, der wet tot regeling van het lager onderwijs, thans art. 41, tweede lid, der lager-onderwijswet 1920.

§ 4. Enkele maatregelen tot bevordering van het getrouw schoolbezoek.

Naast de verplichtingen aan vader, moeder, voogd en verzorger opgelegd met betrekking tot de leerverplichting bevat de wet ook nog enkele bepalingen tot bevordering van het getrouw schoolbezoek, zonder dienaangaande tegen den vader enz. van leerplichtige kinderen dwingend op te treden. Die bepalingen worden in deze paragraaf achtereenvolgens besproken. .

Art. 30 der wet maakt den gemeenteraad bevoegd om bij verordening te bepalen, dat, onder bij die verordening te stellen voorwaarden, ambtenaren der politie gemachtigd zijn, een kind, dat zij gedurende de schooltijden op den openbaren weg aantreffen, te brengen naar het hoofd der school, tot welker leerlingen het kind behoort. Het artikel is in 1921, niett««enstaande een ernstige poging is aangewend om hetgeen als een bevoegdheid wordt gegeven in een plicht om te zetten, onveranderd gebleven. Bij de discussie, welke in de tweede kamer heeft plaats gehad over een amendement door den heer Ketelaar voorgesteld, is gebleken, dat betrekkelijk

Sluiten