Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

255

Hfdst. X § 2

dan de behoeftigen te hulp te komen en werkelijk onderstand te verleenen; 7 . dat ih het algemeen voorziening in en leniging van bestaanden nood en niet de poging om armoede te voorkomen en hen, die op de grens der behoeftigheid staan in stand te houden, het criterium is van elke instelling van weldadigheid, die in de termen valt."

Onder godshuizen worden voor de toepassing der armenwet verstaan alle inrichtingen, in welke armen worden gehuisvest, met of zonder verdere verzorging ). Alle wees-, oude mannen- en vrouwen-, besteding-, proveniers- en armenhuizen, hofjes, gestichten tot verzorging van arme gebrekkigen, zieken, krankzinnigen en in het algemeen alle inrichtingen, waarin armen uit weldadigheid worden gehuisvest om het even, of zij daarin verder geheele of gedeeltelijke of geen verzorging om niet erlangen, worden door de wet onder godshuizen begrepen2).

De instellingen van weldadigheid brengt art. 2 tot vier groepen. De wet onderscheidt: a. gemeenteinstellingen, door de burgerlijke overheid geregeld en van harentwege bestuurd, burgerlijke instellingen; b. instellingen eener kerkelijke gemeente, vanwege die-kerkelijke gemeente geregeld en bestuurd, kerkelijke instellingen; c. instellingen door bijzondere personen of door bijzondere, niet kerkelijke vereenigingen of stichtingen, geregeld en bestuurd, bijzondere instellingen en d. instellingen van gemertgden aard, in welker regeling of bestuur door de burgerlijke overheid en vanwege een kerkelijke gemeente of door bijzondere personen of bijzondere niet kerkelijke vereenigingen of stichtingen gezamenlijk wordt voorzien, gemengde instellingen.

Geschillen over de vraag, of een instelling al dan niet is een instelling van weldadigheid en tot welke van de in art. 2 omschreven soorten zij gebracht moet worden, behooren tot de kennisneming van de rechterlijke macht8). De gewone regels van het burgerlijk proces worden ook hierbij in acht genomen.

„In iedere gemeente wordt van alle daarin gevestigde instellingen van ] weldadigheid door burgemeester en wethouders een lijst opgemaakt en ' bijgehouden naar de onderscheidingen, in art. 2 vermeld (hierboven genoemd) 1 en met inachtneming van te dier zake ingevolge het tweede lid van art. 3, 1 ingevolge het eerste lid van art. 4 of ingevolge art. 76 genomen beslissingen. Op die lijst wordt mede vermeld het door iedere instelling beoogde bijzondere doel. Een afschrift van die lijst wordt gezonden aan den armenraad"4) (Art. 3, eerste lid.)

Godshuizen.

De verdeeling der instellingen van weldadigheid.

det opmaken 'an de lijst Ier instel ingen van veldadigheid

) Zie art. 83 der armenwet.

2 AÜ?l!jkide mem°n'e van toelichting op het ontwerp der armenwet. 1854.

) Art. /o, letter a, der armenwet. jj

*) Zie voor den armenraad paragraaf 6 van dit hoofdstuk

Sluiten