Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. X § 2

256

i c 1

i

i

Het schrapper van een instelling van weldadigheid van de lijst.

Zooals uit deze wetsbepaling blijkt, hebben burgemeester en wethouders met betrekking tot het plaatsen van een instelling Op de lijst niet geheel de vrije hand. Art. 3, tweede lid, geeft aan gedeputeerde staten de bevoegdheid om bij een met redenen omkleed besluit inschrijving en rangsctókking van een instelling op die lijst te gelasten, terwijl de rangschikking van een instelling niet wordt gewijzigd dan onder goedkeuring van gedeputeerde staten. Bij deze besluiten moeten ook gedeputeerde staten de beslissingen in acht nemen, ingevolge art. 76 genomen. -

Art. 4, eerste lid, handelt over het schrappen van een instelling van de

,Art. 76 heeft betrekking op de beslissing van gerezen geschillen door de rechterlijke macht.

Van een inschrijving en van een rangschikking eener instelling op de lijst, onverschillig of die door burgemeester en wethouders uit zichzelf of op last van gedeputeerde staten of ingevolge een rechterlijke beslissing geschied is, moet onder mededeeling van de gronden, waarop de inschrijving en de rangschikking steunen, door burgemeester en wethouders binnen acht dagen schriftelijk kennis gegeven worden aan het bestuur der instelling. Burgemeester en wethouders brengen een inschrijving bovendien op de in de gemeente gebruikelijke wijze ter openbare kennis onder bijvoeging van de dagteekening der inschrijving ).

Van iedere wijziging der lijst, dus ook van het inschrijven van een instelling moet kennis gegeven worden aan den armenraad.

Bij een schrijven van den minister van binnenlandsche zaken van 20 Januari 1913, no. 5562 is een model gevoegd voor de lijsten der insteUingen van weldadigheid en is medegedeeld, dat materieel daarvoor kosteloos verkrijgbaar gesteld wordt, en Een instelling, die is ingeschreven op de lijst, wordt daarvan in de volgende gevallen geschrapt: a. indien burgemeester en wethouders bij met " redenen omkleed besluit en onder goedkeuring van gedeputeerde staten daartoe besluiten; b. wanneer de instelling is. opgeheven; c. indien ingevolge art. 76 is beslist, dat zij niet een instelling van weldadigheid is; d. wanneer zij, indien de wet van 22 April 1855 (st.bl. no. 32) op haar van toepassing is, door den burgerlijken rechter van haar hoedanigheid van ' rechtspersoon vervallen is verklaard; e. indien gedeputeerde staten bij een, met redenen omkleed besluit schrapping van een instelling van de lijst gelasten.

Evenals van de inschrijving en de rangschikking moeten burgemeester

*) Zie ook de missive van 25 Juni 1913, no. 5710.

Sluiten