Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. X § 4

264

De modellen voor de tabellen voor de statistiek.

door den minister van binnenlandsche zaken gevraagd, verstrekken. De opgaven van het aantal bedeelden en verpleegden en van de uitgaven voor onderstand van allerlei aard worden verstrekt naar een bij het koninklijk besluit van 18 Juli 1912 (st.bl. no. 264) x) vastgestelde indeeling. De opgaven worden door den armenraad of door burgemeester en wethouders gezonden aan den minister.

Als deze opgaven niet of niet behoorlijk worden verstrekt, worden de bestuurders van de betrokken instelling van weldadigheid gestraft met geldboete van ten hoogste ƒ 25 2).

De modellen voor de tabellen, welke door de besturen der instellingen van weldadigheid en door de gemeentebesturen, die uitgaven wegens armenverzorging hebben gedaan, moeten ingevuld worden, zijn vastgesteld bij beschikking van den minister van binnenlandsche zaken van 14 Februari 1913, no. 1336, afdeeling V. A.8).

Bij het invoeren der wet bestaandeburgerlijke en gemengde instelling.

Oprichting van nieuwe burgerlijke en gemengde instellingen.

§ 4. Burgerlijke en gemengde instellingen.

De reglementen der burgerlijke instellingen van weldadigheid zijn na de invoering der wet van 1854 door den gemeenteraad met inachtneming van de bepalingen dier wet herzien of, zoo er geen bestonden, zijn nieuwe vastgesteld moeten worden. Dit gold ook voor de gemengde instellingen met dit verschil, dat de herziening of vaststelling door den gemeenteraad en het betrokken kerkelijk of bijzonder bestuur gezamenlijk is geschied en dat daarvan bovendien nog moet blijken door een besluit van den gemeenteraad.

Volgens art. 89 der tegenwoordige armenwet zijn de reglementen van de burgerlijke instelling voor 1 September 1913 herzien moeten worden. Voor de gemengde instellingen ontbreekt zoodanige bepaling.

De oprichting van nieuwe burgerlijke instellingen van weldadigheid geschiedt krachtens een besluit van den gemeenteraad.

Gemengde instellingen worden opgericht door den gemeenteraad, of, indien de mederegeling is opgedragen aan een andere burgerlijke overheid, door deze, en het bevoegd kerkelijk of bijzonder bestuur gezamenlijk.

Het oprichten van burgerlijke instellingen is niet verplichtend; bestaan deze niet, dan vervullen burgemeester en wethouders de taak dier instellingen.

l) Zie de artt. 1—-13 van het besluit.

") Art. 78 der wet. ;.„ *) Zie hiervoor ook nog de ministerieele circulaires van 9 April 1913, no. 3046, van 25 Juni 1913, no. 5710, en van 9 December 1914.

Sluiten