Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. X § 4

268

Beschikking over de bezittingen van een burgerlijke of gemengde instelling.

in Nederland gelegen, tot een bedrag van ten hoogste twee derden van de waarde van die goederen; hetzij in fondsen, voorkomende op de lijst, bedoeld bij het derde en het vierde lid van art. 21 der weduwenwet voor de ambtenaren 1890. Voor zoover die lijst niet reeds uit anderen hoofde in de Nederlandsche staatscourant mocht worden opgenomen, doet de minister van binnenlandsche zaken haar daarin ieder jaar, zoo spoedig mogelijk na de goedkeuring door den minister van financiën, opnemen. Hetzelfde geldt, indien de lijst in den loop van een jaar is herzien.

De beschikbare gelden kunnen mede worden belegd, onder goedkeuring van gedeputeerde staten, in schuldbrieven ten laste van waterschappen of veenschappen, geheel of gedeeltelijk gelegen in dezelfde provincie, waarin de instelling van weldadigheid is gevestigd.

Fondsen, die niet ten name van een burgerlijke of gemengde instelling van weldadigheid staan, moeten door haar in bewaring worden gegeven bij de Nederlandsche bank 1).

Indien gedeputeerde staten weigeren de gevraagde goedkeuring tot belegging in onroerende goederen of schuldvorderingen te verleenen, kan het bestuur binnen dertig dagen na ontvangst van de beslissing van gedeputeerde staten bij den Koning in beroep komen.

Kasgeld kan tot een bedrag van vier en twintig honderd gulden worden belegd bij de rijkspostspaarbank.

Art. 24 bepaalt, dat de besturen der burgerlijke en gemengde instellingen van weldadigheid d"e machtiging van gedeputeerde staten behoeven tot het opnemen van gelden; vervreemden, uitgeven in erfpacht, verruilen of bezwaren van onroerende goederen, vervreemden van kunstvoorwerpen of geschiedkundige gedenkstukken; verkoopen of overdragen van inschrijvingen in een der grootboeken van de Nederlandsche schuld of van andere effecten, actiën en schuldvorderingen; verleenen van kwijtschelding of afslag van pachtgelden, huurpenningen en interesten; voeren van rechtsgedingen met uitzondering van die over de vraag of een instelling is een instelling van weldadigheid en tot welke soort een instelling zij behoort, bedoeld in art. 76, letter a; aangaan van dadingen en opdragen van de beslissing van een zaak aan scheidsmannen en alle andere daden, die buiten het gewoon beheer vallen. Onroerende goederen mogen niet anders dan in het openbaar verhuurd of verpacht worden. Gedeputeerde staten kunnen evenwel voor een, door hen te bepalen aantal jaren toestaan, dat bepaalde onroerende goederen onderhands worden verhuurd of verpacht.

Indien gedeputeerde staten weigeren de gevraagde machtiging of toe-

x) Zie de artt. 20 en 21 van het koninklijk besluit van 18 Juli 1912 (st.bl. no. 264).

Sluiten