Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

271

Hfdst. X § 5

Overschrijding van posten of van de begrooting zal somwijlen onvermijdelijk zijn, als er plotseling bijzondere behoeften opkomen. Liepen de bestuurders gevaar, persoonlijk aansprakelijk te worden gesteld, dan zouden óf de armen kans loopen van afgewezen te worden óf de ramingen zoo hoog worden gemaakt, dat risico zou zijn buitengesloten. Geen van beide zou gewenscht zijn. Is overschrijding der begrooting te wijten aan grove nalatigheid, dan zal het hiervoren besproken art. 26 toepassing kunnen vinden.

Als de rekening bij den raad ter goedkeuring aanhangig is, zal hiermede gerekend moeten worden.

§ 5. Geneeskundige armenverzorging.

De wetgever achtte eenige dwingende bepalingen betreffende de geneeskundige armenverzorging noodzakelijk. In de memorie van toelichting merkte de regeering op, dat, hoewel in de laatste jaren het vraagstuk van de geneeskundige armenverzorging, vooral met betrekking tot het platteland, in toenemende mate de aandacht heeft getrokken en die armenzorg daarbij niet slecht gevaren is, het onderdeel van het groote geheel toch niet zoo bevredigend is geregeld, dat eenige waarborg voor een behoorlijke voorziening overbodig geacht zou moeten worden. Bij de dienaangaande in de wet opgenomen bepalingen heeft de gedachte voorgezeten, dat de gemeenten aanvankelijk vrij moeten blijven, de voorziening naar eigen goedvinden te treffen, onder gebondenheid van mededeeling der regeling aan gedeputeerde staten en aan de inspectie van de volksgezondheid. Is niet voldoende in de geneeskundige armenzorg voorzien of rijzen tegen een getroffen regeling eenige bedenkingen, dan kunnen gedeputeerde staten voorziening aan de gemeente opleggen, van welke beslissing beroep op de Kroon open staat.

De wetgever heeft er voor willen zorgen, dat voor elke gemeente in de geneeskundige armenverzorging voorzien zal worden, doch het is niet noodig, dat daarvoor door het gemeentebestuur de noodige voorzieningen getroffen worden, dit kan ook door anderen geschieden. In de memorie van antwoord, eerste kamer, werd dienaangaande gezegd:

„Indien in een gemeente voldoende partikuliere geneeskundige armenzorg bestaat, zal de tweede afdeeling, bijvoorbeeld art. 33, niet behoeven te worden toegepast. Immers voor die gemeente zal wel voldoende zijn voorzien in de geneeskundige hulp van armen. Overigens zal met de partikuliere hulp rekening gehouden moeten en kunnen worden, bij de toepassing der bepalingen. Van over het hoofd zien dier hulp is dan ook geen sprake.

Van welke zijde geneeskundige ondersteuning ook komt, zij is en blijft ondersteuning, naar het den ondergeteekende toeschijnt. Ook daarbij zal dus van dubbele bedeeling sprake kunnen zijn".

Dwingende bepalingen voor de geneeskundige armenverzorgingnoodzakelijk

Het is niet noodzakelijk, dat de gemeente in de geneeskundigearmenverzorgingvoorziet; dit kan ook door anderen geschieden.

Sluiten