Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

275

Hfdst. X § 6

te stuiten, blijkbaar bedoelt het houden van inzamelingen in den regel vrij te laten en slechts om zeer gewichtige redenen die te doen beletten.

Het koninklijk besluit van 22 September 1823 (st.bl. no. 41) houdende bepalingen nopens het doen van collecten in de kerken aan de huizen is door art. 15 der armenwet vervallen voor zooveel betreft openbare inzamelingen ten behoeve van instellingen van weldadigheid, doch geldt voor andere collecten nog.

Over de subsidies uit de gemeentefondsen aan instellingen van weldadigheid wordt thans gehandeld in art. 14 der wet. Dit artikel spreekt alleen over subsidies aan andere dan burgerlijke instellingen van weldadigheid. De bepalingen, welke in de vorige armenwet betreffende subsidies voorkwamen, hadden ook betrekking op die te verleenen aan burgerlijke instellingen. Althans dat was vrijwel de algemeene opvatting. Thans bestaan voor de subsidies aan de burgerlijke instelling geen regelende en beperkende bepalingen meer. De raad heeft hierbij geheel de vrije hand.

Aan andere dan burgerlijke instellingen van weldadigheid worden subsidies uit de gemeentefondsen niet verstrekt dan in zeer bijzondere gevallen. Al achtte de minister het niet wenschelijk deze zeer bijzondere gevallen in de wet te noemen, omdat er ook nog andere denkbaar zijn, heeft hij toch verklaard, dat hij als zoodanig beschouwde:

1°. verhoudingen, waarbij het subsidie voortspruit uit gesloten overeenkomsten of historisch verkregen rechten;

2°. gevallen, waarin tegemoetkoming in de kosten van technische verbetering der armenzorg noodig is;

3°. gevallen, waarin hulp vereischt wordt ten einde het hoofd te bieden aan onverwacht hooge eischen ten gevolge van tijdelijken bijzonderen nood;

4°. het verleenen van ondersteuning aan vereenigingen, die zich ten doel stellen te voorzien in bijzondere nooden, waarbij goede hulp zeer kostbaar is.

De besluiten van den raad tot het verleenen van subsidies aan kerkelijk», bijzondere of gemengde instellingen van weldadigheid moeten met redenen omkleed zijn en aan de goedkeuring van gedeputeerde staten onderworpen worden. De armenraad moet vooraf gehoord zijn.

De subsidies worden niet verleend dan nadat aangetoond is, dat de volgende voorwaarden vervuld zijn; van de vervulling van welke voorwaarden uit het raadsbesluit moet blijken:

a. dat de verzorging van armen en het toezicht op de ondersteunden op doeltreffende wijze geschiedt;

b. uit de rekening en verantwoording van de inkomsten en uitgaven van de instelling over het laatst afgeloopen jaar en de begrooting voor het loopende of volgende dienstjaar, dat de subsidie volstrekt noodzakelijk is;

Subsidies aan andere dan burgerlijke instellingen van weldadigheid.

Alleen in zeer bijzondere gevallen kunnen subsidies verleend worden.

Besluit van ien raad tot bet veritrekken van subsidies.

Sluiten