Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

283

Hfdst. X § 7

den armenraad komen voor rekening der gemeente of der gemeenten, waarvoor hij is opgericht.

De taak van den armenraad is hoofdzakelijk omschreven in art. 56 der wet. Bovendien heeft de armenraad:

a. den plicht tot het ontvangen en doorzenden van de opgaven voor het verslag van het armwezen (bladz. 263 en 264);

b. de bevoegdheid om in beroep te komen bij de Kroon tegen een beslissing van gedeputeerde staten omtrent het reglement van een burgerlijke of gemengde instelling (bladz. 265);

c. de taak de gelden, bestemd ten behoeve van alle noodlijdenden zonder onderscheid van godsdienst te verdeelen. (Art. 16 der wet).

Volgens art. 56 heeft de armenraad in de eerste plaats tot taak:

1 . het instellen van een onderzoek naar de omstandigheden der personen, dié zich als hulpbehoevend tot het bureau van den armenraad gewend hebben of die, blijkens mededeeling van ingezetenen of instellingen, zich om hulp bij die ingezetenen of instellingen hebben aangemeld; -

2°. het verzamelen in een register van de ingewonnen inlichtingen en van de mededeelingen, die van de besturen van instellingen van weldadigheid zijn ontvangen;

3°. het verstrekken van inlichtingen in het algemeen aangaande armenverzorging en in het bijzonder uit de gegevens, bedoeld onder 1°. en 2°., aan instellingen van weldadigheid en, volgens voorschriften bij het huishoudelijk reglement te geven, aan anderen.

Bij de omschrijving van de taak van den armenraad onder de nos. 1—3 van art. 56 is gedacht aan een centralen inlichtingendienst. Komt dit deel van werkzaamheden tot zijn recht, dan zal het vóór-onderzoek, het inwinnen van de eerste inlichtingen omtrent armen, vanwege den armenraad plaats vinden door daartoe geschoold personeel. Iedere instelling van weldadigheid zal van dien dienst gebruik kunnen maken. Vermits dit inwinnen van informaties veelal wordt opgedragen aan bezoldigde armbezoekers, zal de centrale inlichtingendienst van den armenraad tot niet onbeteekenende besparing van kosten voor de instellingen en tot betere wering van bedrog van de zijde der beroeps-armen kunnen bijdragen. De burgerlijke armenverzorging kan in deze veel toedoen tot het bereiken van het doel van den wetgever, door van dien dienst gebruik te maken en de gegevens, waarover zij beschikt, mede te deelen aan het bureau van den armenraad 1).

Behalve deze taak als beheerder van den centralen inlichtingendienst behoort ook nog tot de taak van den raad:

De taak van den armenraad.

) Zie de missive van den minister van binnenlandsche zaken van 23 Juli 1912.

Sluiten