Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. X § 7

284

Gegevens aan den armenraad te verstrekken.

4°. het zich op de hoogte stellen en houden van het armwezen in het ambtsgebied;

5°. het dienen van raad, zoowel op verzoek als eigener beweging, aan autoriteiten en aan instellingen van weldadigheid ten aanzien van alle onderwerpen, het armwezen in het ambtsgebied of in het algemeen betreffende;

6°. het bespreken van gemeenschappelijke belangen en het beramen van maatregelen tot bevordering van goede armenverzorging, in het bijzonder het steunen en bevorderen van samenwerking van alle instellingen van weldadigheid, in het ambtsgebied werkzaam.

Dit is een belangrijk onderdeel van de functies van den armenraad. In een missive van den minister van binnenlandsche zaken van 23 Juli 1912 werd hierbij aangeteekend: De taak, omschreven onder 6°. van art. 56, het bespreken van gemeenschappelijke belangen en het bevorderen van samenwerking, zal er waarschijnlijk wel toeleiden, dat ook aandacht wordt geschonken aan de moeilijkheden, die ontstaan, wanneer een persoon gelijktijdig door verschillende instellingen ondersteund wordt. In welke richting hier de samenwerking zal worden gezocht en gevonden, valt vooraf bezwaarlijk te zeggen.

Eindelijk wordt onder 7°. van art. 56 de armenraad belast met het samenstellen in den vorm door den minister van binnenlandsche zaken vastgesteld van een jaarverslag betreffende het armwezen in zijn ambtsgebied.

Bij de artt. 43 en 44 van het koninklijk besluit van 18 Juli 1912 (st.bl. no. 264) is bepaald, welke van de genoemde bevoegdheden en andere werkzaamheden door den raad bij huishoudelijk reglement aan het bestuur en welke aan het dagelijksch bestuur moeten of kunnen worden overgedragen.

De besturen van burgerlijke en van gemengde instellingen — niet die van kerkelijke en bijzondere instellingen — die binnen het ambtsgebied van den armenraad werkzaam zijn, of burgemeester en wethouders moeten aan den raad, met betrekking tot de door hen ondersteunde personen en de leden van het gezin van dezen, mededeeling doen van naam, woonplaats, datum van geboorte, kerkelijke gezindte en beroep, alsmede van de verleende ondersteuning. Met betrekking tot de personen, aan wie door die besturen of door burgemeester en wethouders ondersteuning is geweigerd, doen zij mededeeling van woonplaats, naam en leeftijd.

Deze mededeelingen moeten worden gedaan binnen een week na de toekenning of de weigering van de ondersteuning. (Art. 54 der wet).

Naar aanleiding eener in het voorloopig verslag der eerste kamer gedane vraag heeft de regeering gezegd, dat deze opsomming, ter wille van de praktijk, beperkt is tot elementaire gegevens. Niets belet echter, dat de instellingen vrijwillig meer gegevens verstrekken. In zoover is de bepaling van

■■■HM

Sluiten