Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. X § 7

286

Het centraat register van inlichtingen door burgemeester en wethouders ingesteld.

Alleen de wedde van den secretaris komt ten laste van het rijk, met ook de bezoldiging van het personeel, dat hem bijstaat.

Indien een armenraad voor eenige gemeenten of gedeelten van gemeenten gezamenlijk is ingesteld, draagt elke dier gemeenten tot de bestrijding der kosten bij naar evenredigheid van het aantal harer inwoners binnen het ambtsgebied van den raad. Indien tusschen die gemeenten geen overeenstemming wordt verkregen omtrent de bepaling van de kosten van den armenraad, wordt het bedrag daarvan door gedeputeerde staten der provincie, en, indien de gemeenten in meer dan ééne provincie zijn gelegen, door de Kroon vastgesteld. (Art. 61 der wet).

Volgens de voorschriften gegeven bij koninklijk besluit van 23 November 1912 (st.bl. no. 352) moet de armenraad jaarlijks voor 1 Juni aan den gemeenteraad overleggen een begrooting voor het volgende, alsmede rekening en verantwoording over het afgeloopen kalenderjaar. Geschillen over de begrooting of over de rekening en verantwoording worden op verzoek, hetzij van het gemeentebestuur, hetzij van den armenraad, beslist door gedeputeerde staten, en, in beroep, bij koninklijk besluit. (Art. 62 der wet.)

De begrooting moet niet goedgekeurd worden. De betrokken gemeenteraden hebben slechts al of niet de door den raad geraamde bedragen in de gemeentebegrooting over te nemen.

Burgemeester en wethouders deelen, zoodra de gemeenteraad de gemeentebegrooting heeft vastgesteld, aan den armenraad mede, in hoever daarbij aan zijn begrootingsvoorstel gevolg is gegeven.

Elke armenraad doet jaarlijks vóór 15 April rekening en verantwoording van zijn uitgaven over het afgeloopen kalenderjaar ter goedkeuring toekomen aan den raad van de gemeente of aan elk van de raden van de gemeenten, die geheel of ten deele binnen zijn ambtsgebied liggen.

Deze rekening en verantwoording gaat vergezeld van de noodige toelichting en van de bewijzen van uitgaaf, voor zooveel betreft de uitgaven van meer dan drie gulden.

Moet de rekening en verantwoording worden gezonden aan meer dan één gemeenteraad, dan worden de bewijzen van uitgaaf gevoegd bij het exemplaar, bestemd voor den raad van de gemeente, waar de zetel van den armenraad is gevestigd. De andere gemeenteraden kunnen op hun verlangen de bewijzen van uitgaaf ter inzage bekomen.

In een gemeente, in of voor welke een armenraad niet is ingesteld, kunnen — zij zijn daartoe in geen geval verplicht — burgemeester en wethouders een register van inlichtingen instellen aangaande armen, die ondersteuning ontvangen van instellingen van weldadigheid in de gemeente, of aan wie

BHB9B

Sluiten