Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

293

Hfdst. XI § 1

dan wordt het geheele gebouw of lokaal gerekend daar binnen te ligge en zullen ook daarvan uittreksels dienen te worden overgelegd. Niet alle gebouwen of lokalen, bestemd tot ziekenverpleging, uitoefenin ! van den openbaren eeredienst of scholen, staan in de leggers van het ka daster als zoodanig bekend. Dit is slechts het geval, als zij vrijdom vai grondbelasting genieten. Om daarin te voorzien, heeft de rrunister vai I binnenlandsche zaken bij missive van 8 September 1875 de comrnissarissei 1 des Konings aangeschreven om de gemeentebesturen uit te noodigen eei opgave te doen van deze gebouwen of lokalen binnen hun gemeente me aanwijzing van straat, gracht, weg, plein, buurt- of wijkletter en nummer Het gemeentebestuur werd voorts uitgenoodigd jaarlijks aan den hypotheek, bewaarder, tot wiens kring de gemeente behoort, eeri staat te doen toekomen van de te dier zake voorgevallen veranderingen. Tegelijkertijd heefl de minister van financiën onder dagteekening van 16 September 1875 i een resolutie genomen, welke bepaalt, dat aan de kantoren van hypotheken en het kadaster zal aangelegd en bijgehouden worden een lijst volgens een voorgeschreven model, aanwijzende de gebouwen of lokalen in art. 5, I sub 3°., der hinderwet bedoeld. Voor de samenstelling en bijhouding dier lijst worden de van het gemeentebestuur ontvangen gegevens benut. Volgens den minister van binnenlandsche zaken *) bedoelt art. 5, sub 3°., I niet een extract uit den kadastralen legger, maar uit het kadastrale plan!

Waar de wet evenwel duidelijk van de kadastrale leggers spreekt en de 1 geschiedenis van de tot standkoming geen voldoende gegevens levert, om I als onomstootelijk te kunnen aannemen, dat de wetgever uittreksels uit de kadastrale plans bedoeld heeft, kan ik mij met het gevoelen van den minister niet vereenigen. Er bestaat geen reden een vergunning te vernietigen, wanneer bij de I inzending der aanvraag niet zijn overgelegd deze uittreksels uit het kadaster, I indien dit verzuim maar niet ten gevolge gehad heeft, dat de eigenaars of I gebruikers der bedoelde gebouwen niet in de gelegenheid geweest zijn bezwaren in te brengen en door het verzuim dus niemand in zijn rechten is verkort. Dit is herhaaldelijk beslist a). Wordt de sub 4°. bedoelde verklaring niet overgelegd, dan mogen burgeI meester en wethouders geen beschikking nemen. De vraag kan rijzen, of deze verklaring voor het gemeentebestuur bindend is. Mijns inziens is dat met het geval. Als de verzoeker een negatieve verklaring overlegt, en het gemeentebestuur meent, dat de inrichting wèl onder de veüigheids■ wet zal vallen, of omgekeerd als de verklaring positief is, terwijl het ge-

) Zie geni.stem no. 1326. |^ ") Zie de koninklijke besluiten van 20 Juli 189», 7 Juni 1893, 6 September 1915.

n

i ï ï

ï

t

De verklaring, dat de inrichting niet onder de veiligheidswetvalt.

Sluiten