Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hfdst. XI § 1

298

De hinderwetvergunning.

Binnen 100 meter geen perceelen dan van den verzoeker en. binnen 200 meter geen gebouwen voor ziekenverplegingenz.

aangekondigd bij een met redenen omkleed besluit, dat tevens aan den verzoeker moet worden medegedeeld. De publieke opinie zal ook hier de machtige hefboom zijn om gemeentebesturen, die een minder juiste opvatting van hun gewichtigen werkkring hebben, in het goede spoor te brengen. Tegen een besluit tot verdaging door burgemeester en wethouders staat geen beroep open.

De vergunning wordt schriftelijk verleend en gesteld ten name van den verzoeker en zijn rechtverkrijgenden, opdat duidelijk zou blijken, dat zij niet persoonlijk is. Aan de vergunning moet een exemplaar van de in art. 5, sub 1°. en 2°., bedoelde stukken, vanwege het gemeentebestuur gewaarmerkt, worden gehecht1). Deze waarmerking kan geschieden door eiken ambtenaar, daartoe door het gemeentebestuur gemachtigd 2).

Art. 10 bepaalt, dat indien er binnen den afstand van .100 meter van het gebouw of lokaal, waarin het bedrijf, waarvoor het bestemd is, zal worden uitgeoefend, geen perceelen, aan anderen dan de aanvragers toebehoorende of bij anderen in gebruik, en binnen den afstand van 200 meter, bedoeld in art. 5, no. 3, geen gebouwen of lokalen van de aldaar bedoelde soorten zijn, deze omstandigheid eenvoudig door het gemeentebestuur verklaard wordt aanwezig te zijn en op het verzoek wordt beschikt, zooals bevonden zal worden te behooren. Zal de inrichting echter tevens zijn een fabriek of werkplaats in den zin der veiligheidswet, dan moet aan het disstrictshoofd der arbeidsinspectie een exemplaar van de in art. 5, sub 1°. en 2°., bedoelde stukken toegezonden worden en heeft hij dezelfde rechten en rusten op hem dezelfde verplichtingen als in gewone gevallen8). Volgens de bewoordingen van art. 10 behoeft er in het daarbij voorziene geval geen openbare of bijzondere kennisgeving van een ingediend verzoek om vergunning te geschieden en behoeft ook geen gelegenheid gegeven te worden om daartegen bezwaren in te brengen. Hoewel dit niet past in het stelsel van den wetgever, die erkende, dat vele inrichtingen gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken, ver buiten de grenzen in dit artikel gesteld en die als regel aannam, dat een ieder tegen een gevraagde vergunning bezwaren kan inbrengen, kan aan deze wetsbepaling toch geen andere beteekenis gegeven worden. Ook de aanvullingen in de hinderwet opgenomen krachtens de wet van 4 September 18% (st.bl. no. 159), wijzen er op, dat men bij de toepassing van art. 10 der wet zich streng aan de letter moet houden. Immers art. lObis bepaalt, dat in het geval bij art. 10 omschreven, wel art. 6ter, doch niet art. 6bis en wel art. 7bis, tweede lid, doch niet

*) Art. 9 der hinderwet.

*) Gem.stem no. 2758.

*) Art. lObis der hinderwet.

Sluiten