is toegevoegd aan je favorieten.

Werkelijkheid, recht en gerechtigheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ staatsrechtswetenschap, omdat in haar het levensgevoel „van onzen t|jd tot uiting komt"; een leer, waartegen ik intusschen zal hebben stelling te nemen. De theorie van de rechtssouvereiniteit, gelijk zij o. m. is ontwikkeld in De moderne staatsidee, het tweede uitvoerige werk, dat prof. Krabbe liet verschijnen *), wordt juist hierdoor gekenmerkt, dat z|j het recht op materieele wijze omlijnt, door alle rechtsnormen terug te voeren tot een en dezelfde rechtsbron: het in den mensen levende rechtsgevoel of rechtsbewustzijn^ Van alle recht is dit de basis, en „een wet, die niet op deze basis steunt, „is geen recht, mist gelding, ook al wordt z|j" — men lette wel — „nageleefd, vrijwillig of gedwongen" 2). Er is geen ander recht „dan hetgeen ontspringt uit „de eenige bron, die in staat is, een norm tot rechtsnorm te maken: het originaire rechtsgevoel en rechts„ bewustzijn. Wat niet daaruit is ontstaan, kan met dwang „van staatswege worden gehandhaafd, kan door de rechterlijke macht als grondslag harer vonnissen worden „gebezigd...., maar recht is het nooit en nimmer" s). Het is van belang, op te merken, dat prof. Krabbe, aldus het recht naar zgn materieelen aard definieerende, een definitie bedoelt te geven van het positieve recht. Een aanhaling, die ik mij ter wille van haar groote beteekenis alsnog veroorloof, laat daaromtrent geen twijfel. „Het is daarom noodig" — zoo lezen w|j 4) — „van den aanvang af op den voorgrond te stellen, dat, „bg het onderzoek naar den grondslag van de verbind-

1) Uitgegeven in 1915. Zie voorts die Lehre der Rechtssouveranitat, 1906, en Set rechtsgezag, 1917.

2) De moderne staatsidee, blz. 44.

3) t. a. p., blz. 73.

4) t. a. p., blz. 37.

6