Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En alle verten diep met lust beloopen"

„in reuzlende riezttng uw Vreugde!"

„Laat mij talen uw deinende Diep" „Laat mij doopen de zinderkruin"

Ik noem geen namen. „Nomina sunt odiosa". Ze behoor en in elk geval niet bij de gewraakte „jongeren". Maar wie zoo'n verzen verzamelt doet beter z'n mond te houden over de jonge katholieke plastiek en lyriek. Er zijn reeds genoeg zingende zuilen in Roomsch Nederland.

— Een gedacht in het Nimrodpark te Hilversum: in het geestelijk geloofsleven zijn de woorden — de „ventus ver* borum" — dikwijls misleidingen en hindernissen, omdat ze onvolkomen weergeven wat God en de ziel onder hen beiden verrichten. Er is b.v. geen woord zwakker en flauwer als „liefde", want de werkelijkheid overtreft dit oneindig. Het „nervus rerum" is dan alleen nog maar het „Dingjan* sich". „Wat toch zijn woorden anders dan woorden", schreef Thomas van Kempen.

— Ik ontmoette in Vlaanderen een jong Hollander op reis met zijn biechtvader, kapelaan zijner parochie. Wêer een teeken dat de parochiale band in Holland vaster zit dan in Vlaanderen. Hoe zulks te verklaren? Tengevolge van het Konkordaat is er in Vlaanderen véél Staatsinterventie die de Klerus meer op de Staat aanwijst dan op de Geloovige. In Holland daarentegen steunt de Klerus direkt op de Geloo* vige en is daarom het parochiaal saamhoorigheidsgevoel ster* ker dan in ZuicUNederland. Het Konkordaat is een blok aan het Vlaamsch been....

— Tegenover de jonge katholieke kunst staat een liberaal en katholiek verwijt: Dirk Coster vindt de heilige Naam Gods een gemakkelijk*literaire oplossing en Gerard Brom doceert dat de voorstelling Gods in jong proza en jonge

30

Sluiten