Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kerk belijden, daarvoor een vrijere versvorm noodig hebben. O, die ruimte*looze verfoeielijke Kristenen!

— Een staaltje uit de „Eeuwige Lyriek" van Van de Voorde: „Het smartelijk*somber figuur van den eeuwig Verdoemde is zoo schoon, staat ons menschelijk meer nabij dan de stralende glorie van onbereikbare en onnavolgbare aartsengelen". De katholieke nederlandsche kritiek zweeg op die godslastering. Werd in Israëls' dagen de godslasteraar niet gesteenigd? Niet God, maar Lucifer; niet Jezus, maar

Barrabas De „Hymne a Satan" wordt weer eens krachtig

gehoord!

— Klassieke (?) metriek is vorm*forceering en van daaruit zieïbeschadiging, omdat zij dwingster wordt van het natuur* lijk rythme en de ziel corsetteert met trochaëen en jamben, die haar volle uitstorting belemmeren of kanaliseeren. „Geen grooter leugen dan (zulk) tyrannisch dogma", beaam ik met de heer Dirk Coster.

— Uit menig citaat zou het blijken dat de „Stem"*mers een dichterlijk levensrecht toekennen aan de zonde, als schoon* heid: „le mal est beau ". Ook zou de zonde, als kunst*schoon* heid, zich weer wenschen voor te doen als: „1'apanage des grandes ames". Het schaduw*profiel van Mephistopheles is onder de gloed van zwavelvlammen duidelijk op de levens* wand zichtbaar Maar wij zeggen daartegen: Kristelijken

— uit het strijddualisme van geest en vleesch — hebben de zonde in zich als een vuur van wroeging en kwelling, waaruit zedelijke schoonheid kan laaien die zich omzet tot bitter kunstskristal. Zonde kan een kunstselement zijn, maar geen kunst*doel op zich*zelf!

— Het jonge katholiek vers en proza staan onder aanklacht van „morbiditeit" en „mystische overspanning". In vroeger tijden beweerde men dat Novalis' „Hymnen an die Nacht"

39

Sluiten