Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan overprikkeldheid van gevoel leden. Maaar die „Hymnen" zijn tot op heden klassiek, ook op hollandsche schoolpro* gramma's!?

— Een katholiek dichter behoort, door de Heilige Sakramen* ten, tot het mystiek Lichaam van Jezus*Christus en is daar* van een geheiligd lidmaat. De „katholieke" kritici leggen

daar weinig nadruk op Hun nadruk gaat des te feller op

de menschelijke gebreken die de H. Geest in zijn dichters toelaat....

— Als het Koninkrijk Gods niet gelegen is in woorden maar in kracht (I Cor. 4*20) hoede de jonge katholieke kunst zich voor het eerste en ijvere voor het laatste.

— Jezuieten hebben een zeer aantrekkelijke zijde: hun mar* tiale zelfbeheersching, hun stalen disciplien, hun onverzette* lijke gaafheid*naar*buiten, hun onverwoestbare geesteskoel* heid. „Perinde ac cadaver"! Ten koste der „persoonlijkheid" bereiken ze een algemeener manifestatie in de wereld, die, als kracht, grooter zedelijke gebieden in de maatschappij be* heerscht dan welke andere orde ook. Maar om een Orde* belang tasten ze soms het leven aan, ook het kristelijke, zooals het zich bij andere geloovigen openbaart.... En dan is voor die heilige Orde*ijver elke straat te smal.

— De hoofdleider van „De Stem", Dirk Coster, is een man van begrippelijke vermogens, die echter met zijn collega Gerard Brom gemeen heeft dat hij alle poëzie — want het leven — tot begrippen herleidt. En dit is mis, onuitzegge* lijk mis. „Grau, teurer Freund, ist alle Theorie".

— Ja*wel, in het tijdschrift „Roeping" stroomt soms „strom* pelend*lyrisch proza" (Dirk Coster's Inleiding op „Nieuwe Geluiden"), maar van uit onze hoek constateeren wij in „De Stem" de lyrische aanwezigheid van veel taai*taai*koek,

40

Sluiten