Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Soms is het leven in Den Haag „nervenlos", want af ge* schaafcUonberispelijk. Maar Antwerpen doorstaat — als een der levensorganen van Vlaanderen — een krisis van nerveuze hartkloppingen. Overgevoeligheid regeert dit laatste en ver* stands»ijs ontzenuwt het eerste. Tusschen Vlaanderen en Holland ligt ergens een evenwicht.

— Kloos in de Septemberaflevering van de „Nieuwe Gids" schrijft over „de nog altijd in vollen gang zijnde Nieuwe* Gids*periode"! Hierop zouden de artsen uit Molière's „Le Malade Imaginaire" in de handen klappen en roepen: „Vivat novus doctor qui tam bene parlatl" Lafontaine schreef ook eens 'n fabel over 'n vlieg die beweerde 'n koets te drijven.

— Als een kwijlende pad brouwt Willem Kloos in de „Nieuwe Gids" een reeks slijmachtige sonnetten, met de almachtig* aardige titel: „Binnengedachten". De gansche Regentesse* laan wacht nu naar de „Buiten*gedachten".

— We lazen: „Kom, van het oeverzand brengt ons een pad het strandbosch in, en door een diepe laan komen wij verder in het kustland, dat zich breeder voor ons opent." Toeristen* proza? Webneêl Verzen, meneer, verzen van Jan Prins. Je kan het aanzien dat de „Nieuwe*Gids*periode" nog in vollen gang is". Kloos geniet „innerlijk*rustig"

— Het rotste proza dat ooit Van Deyssel schreef lezen we thans in de „Nieuwe Gids", onder de titel „Jonge Liefde en Oude Bergen". Spar je ooren open: „Hij dacht, dat het niet hem zoo toescheen door zijn genegenheid, maar dat werkelijk, door haren aard, ieder een soortgelijk geheeltje vormend afdeelinkje van haar doen en laten met zijn tijdis* duur, — zoo de bekleeding om uit een huis te gaan, zoo het plaatsjes geven aan bij elkaar behoorende voorwerpen, zoo het gezeten zijn en verhalen, zoo, veel méér, het spelen met een kind, het omgaan met de moeder, in zich zelf een mooi

49

Sluiten