Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met enkele jongeren*van*nu, — op den juist*nieuwen*Neder* landschen tijd trok ten gerieve van de „schoone Vlaamsche slaapster", — kan de geheele tegenwoordige Hollandsche generatie niet protesteeren dan op poene van zedelijke woordbreuk.

Echter, — ,,'t waer schande dat men 't sag, soo leelijk staen de pooten", — van deze „vis unita fortior" is tegenwoordig maar weinig te bemerken, 't Gaat nog in Hollands inteüec* tueelen letterhof ten overstaan van 't Vlaamsche Weeshuis zoo wat als in het zedekundig rijmpje van Pater Poirters „Ik zeg van buiten zoet gemal, van binnen kwaet of niet* metal." En dan denk ik kwapertig aan twee Hollandsche, ver* standige professoren die zich Van Hamel*1) en Struycken noemen, maar die nooit de historie der Vlaamsche Beweging als een Jan Frans Wittems levend doorgeworsteld hebben.

Holland betere zich, want wanneer de Hollandsche „dege* lijkheid" — ik spreek nu van eene degelijkheid die er niet meer eene is — minder haar groot*Nederlandsch idealisme ging besnoeien en niet uitsluitend hare waarde ging berekenen naar den noodstand en de protectionistische eigenbelangen van het oogenblik, hoe zou dan de toekomst vol beloften zijn.

Begrijp me daarin zoo dat ik het quasi inopportuun vinden zou, moest de Nederlandsche Regeering en het Hollandsch volk zich nu dadelijk tot volle cultureele actie roeren, ten ware ons wederzijdsch cultuurverband onmiddelijk geschon* den werd, zooals door den onzinnigen aanval van Auger de Busbeck op Hugo Verriest22); maar er blijft desniettemin in het algemeen een gulden middenweg tusschen een cordaat zwijgen en een luidruchtig spreken: naast de voorstudie en de inleidende „afspraken", de warme zekerheids*belofte namelijk in de toekomst van Nederlandsch*cultureele hulp voor de ongeveer vijf miljoen Vlaamsche Nederlanders in België, waarvan er reeds bijna één miljoen verfranscht is.

De Hollandsche Staat en het Hollandsche volk toch zijn in het algemeen — wij ervaren het hierboven — principieel

78

Sluiten