Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41) Men leze de verklaring van Raymond Colleye in WaU lonië (20 Juli 1914):

„Door de ziel, door het bloed, door de taal is de Waal een zoon van Frankrijk. En de Waal van de Henegouwen, van Luik, van Luxemburg is een Franschman, gelijk de Waal van Maubeuge, van Atrecht een Franschman is. Alleen de grilligheden der Europeesche diplomatie hebben door den Waalschen grond een brutale grens getrokken. Voor de Franschen, welke deze grens fictief, zoowel links als rechts van elkander scheidde, zal zij nooit meer dan een bedriege* lijke afsluiting zijn. Drie müloen zielen wachten er op, dat Frankrijk zich herinnere en vooral wete, dat de Franschen van Wallonië steeds Fransch zijn. (Zie De Tijd, 9 October 1916).

In hetzelfde nr. van Wallonië verklaarde de Comte Albert du Bois eveneens:

„De belangen der natie, het werk van God, gaan vóór de belangen van den staat, het werk van menschen, een slecht werk, wanneer het het werk van God, het werk der natuur schendt. Er bestaat geen Belgische natie; maar er bestaat door den wil der diplomaten van 1830 een Belgische Staat, een doorslechte kunstmatige schepping. Het wordt noodig, dat Frankrijk zich eindelijk herinnere, dat Wallonië gerijpt is onder een straal der Fransche zon, dank zij onze Maas, die het Waalsch land aan Frankrijk verbindt, zooals de naveb streng het kind aan zijn moeder.

„Walen! Tusschen Walen en Vlamingen laait sedert eeuwen een rassenhaat, nooit uitgedoofd en even noodlottig als de haat tusschen vuur en water. Door hun verschillenden oor* sprong, hun met elkander in strijd zijnde belangen, beschavin* gen, vaderlandsche gevoelens, zijn zij tot vijandschap voor* beschikt.

„De omstandigheden, veel meer dan hun wil, hebben Walen en Vlamingen tot samenleving gedwongen. Onze vereeni* ging met Vlaanderen heeft slechts stand gehouden, doordat de algemeene toestand van Europa de ontbinding ervan niet

108

Sluiten