Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VOOR-SOKRATISCHE PERIODE.

13

afhangt. Het eenige echte fragment, dat wij van zijn in nuchter proza geschreven werk hebben, luidt: „evenals de ziel, lucht zijnde, ons tesamen houdt, zoo omvat adem en lucht de geheele wereld".

Heraklitus (± 500 v. C, geboren te Ephesus uit een aanzienlijk geslacht, een trotsch aristokraat en menschenverachter, melancholisch, in tegenstelling met Demokritus voorgesteld als „de schreiende philosoof").

Deze is zeker een der oorspronkelijkste en geniaalste Grieksche wijsgeeren. Hij verheft zich met zijn denken ineens ver boven zijn onmiddellijke voorgangers. Ruimtewereld en geestelijke werkelijkheid omvat hij in één diepe intuitie. „Ik ging aan 't zoeken naar mij zelf". Minachtend zag hij neer op de „veelweterij, die den geest niet vormt". Zijn boek over de natuur was in de oudheid zeer beroemd, maar stond ook bekend als zeer moeilijk te verstaan (vandaar zijn bijnaam „de duistere"). Dit was niet alleen het gevolg van de onontwikkeldheid van het oude proza — Aristoteles zegt dat het lastig is de zinnen van Heraklitus goed te interpungeeren — maar ook hiervan, dat de wijsgeer zijn diepe inzichten en gedachten niet logisch-dialektisch ontwikkelt en fundeert en zich uiterst kort en gedrongen, meestal in beelden en vergelijkingen, uitdrukt.

Heraklitus komt op tegen de oppervlakkige, alleen op den schijn afgaande voorstelling, zooals de „onbeschaafde zielen" zich die vormen, dat de wereld een in rust verkeerend zijnde zou wezen. Zijn aandacht wordt geboeid door dat vreemde dingen en woelen, dat zich in de dingen vertoont, waardoor alles, wat voor een oogenblik op een bepaalde wijze existeert, tegelijkertijd weer zich opmaakt om in het tegengestelde over te gaan. En nu schijnt hem in dezen drang naar het tegengestelde, in dit worden en veranderen juist het essentieele der wereld gelegen te zijn. De werkelijkheid is een wordingsproces. Niets is blijvend: in dezelfde rivier kan men niet

Sluiten