Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14

GRIEKSCHE WIJSBEGEERTE.

tweemaal neerdalen, want altijd stroomt het water toe en stroomt het weer weg. Alles beweegt zich tegen elkaar in, strijdt met elkaar; elke toestand heeft in zich den overgang tot den tegengestelden en dus dit tegengestelde zelf. Vandaar dat Heraklitus kon zeggen: „hetzelfde is het levende en het doode, het wakende en het slapende, het jonge en het oude". Deze strijd der tegenstellingen leidt tot harmonie, daar hij geschiedt binnen bepaalde grenzen, naar een strenge orde (Zeus, Logos, het Noodlot). Hier vertoont zich het eerst, hoe weinig ontwikkeld ook, het begrip: natuurwet. „De zon zal hare maat niet overschrijden; anders zullen de Erinyen, de dienaressen der Gerechtigheid, haar vinden". „De verborgen harmonie is schooner dan de waarneembare". Evenals de snaar van de lier, en de pees van den boog, eerst terug, dan vooruit zich bewegen, maar zoo dat een bepaalde maat niet overschreden wordt, daar zij in lier en boog vastzitten, zoo vindt ook in het heelal een regelmatig zich bewegen in tegengestelde richtingen plaats. Het is dwaas ypn Homerus, te wenschen, dat de strijd uit de wereld mocht verdwijnen, daar hij het is, die juist de werkelijkheid in stand houdt. „Stilstand is eigen aan de dooden".-„De krijg is de vader aller dingen" i). Veel, wat ons slecht schijnt, is niet slecht, maar behoort tot die tegenstellingen, zonder welke geen leven is.

Het element, door welks bemiddeling volgens Heraklitus dit voortdurend „worden" tot stand komt, is het vuur; misschien niet gedacht als een zich gelijkblijvende stof, maar als een altijd werkende kracht, daar het, zelf niets zijnde dan een rusteloos zich bewegen en worden, toch een geweldig scheppend en vernietigend vermogen in zich heeft. Blijkbaar zich bewust van den samenhang van den aggregatie-toestand

i) Men denke hier aan den struggle for life in de biologie, aan den klassestrijd van het Marxisme, den strijd van den geest tegen het vleesch ia den individueelen mensch, enz.

Sluiten