Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VOOR-SOKRATISCHE PERIODE.

17

goden toegedicht". Leeuwen, paarden en runderen zouden, als zij schilderen konden, de goden afbeelden in de gestalte van leeuwen, paarden en runderen; zoo meenen ook de menschen, dat de goden geboren worden, eten, hun menschelijk waarnemingsvermogen hebben, hun stem en gestalte. Daartegenover leert Xenophanes, dat God: „één is, noch in gedaante, noch in gedachten op de menschen gelijkende", „onbewegelijk en onveranderlijk"; en hij spreekt de diepzinnige gedachte uit, dat wat bij de menschen als een zien, denken en hooren gescheiden is, zich bij God in een éénheid doordringt. „Zonder inspanning bestuurt hij alles door het denken zijns geestes".

Van de hooge, alle menschelijke kennen te boven gaande beteekenis der eenheid Gods was Xenophanes zich diep bewust. „De waarheid over God en het heelal weet geen mensch en zal ook niemand ooit weten. Zelfs als iemand nog zoo iets volmaakts daarover mocht zeggen, dan weet hij toch zelf niet, dat het de waarheid is. Over alles bestaat slechts meening".

Parmenides (geb. + 530 v. C, te Elea, rijk en van een aanzienlijk geslacht, waarschijnlijk leerling van Xenophanes, hooggeëerd om zijn diepzinnige leer en zijn edele gezindheid)

werkte het gronddenkbeeld van Xenophanes verder uit door zeer abstracte strenge onderzoekingen. Wat bij Xenophanes „God" heet, noemt Parmenides „het (waarlijk) zijnde". Tot dit begrip komt hij niet door zijn bl3c~te richten op de wereld, maar door zich terug te trekken in zijn eigen denken. Zoo ontdekte hij het begrip der Zuivere Rede en de daaraan eigen kennis-scheppende macht. Hij voelde dat het Zuivere Denken onverbiddelijk aan den menschengeest de hoogste en strengste eischen stelt, en dat alleen dat zijnde, dat deze hoogste en strengste denkeischen bevredigt, een waarlijk zijnde kan genoemd worden. Wat aan die eischen niet voldoet, kan voortaan dien hoogen naam niet meer dragen.

Sluiten