Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VOOR-SOKRATISCHE PERIODE.

. 23

het goddelijke, terwijl hij zich vooral aansloot bij den Apollodienst, waarbij de reiniging van het gemoed (inzonderheid door de muziek) zulk een gewichtige plaats inneemt. Zijn onsterfelijkheidsgeloof sprak hij uit in de leer der zielsverhuizing (metempsychosis).

Deze leer is, ook door de Ouden, dikwijls bespot. Inderdaad, zooals men heeft opgemerkt „verbindt zij de toekomst der ziel op een mechanische wijze met het verleden en heden". Intusschen als men, zooals dat op naief-realistisch standpunt onvermijdelijk is, de tijdsorde beschouwt als te behooren niet tot de wereld der verschijnselen, maar tot de werkelijkheid op zichzelf; als men gelooft aan de onsterfelijkheid der individueele ziel en met dit geloof de gewone voorstellingen van de verhouding van ziel en lichaam verbindt, — dan is er zeker een sterke verleiding om deze leer, als de eenige mogelijke uitredding uit groote moeilijkheden, te aanvaarden. Als de ziel eeuwig is en niet vergaan kan, hoe zou zij dan ontstaan kunnen zijn; als zij een post-existentie heeft, hoe zou zij dan geen prae-existentie gehad hebben? En als zij, om te kunnen existeeren, een lichaam noodig heeft, moet zij dan niet noodwendig vroeger met een ander lichaam „verbonden" geweest zijn?

Bij de Pythagoraeërs sloot zich die leer aan bij een geheimen eeredienst, mysteriën en orgiën met allerlei wonderbare symbolen en voorschriften. Het is belangwekkend te zien, hoe bij deze oude wijzen met frissche kracht van overtuiging die later zoo tallooze malen herhaalde opvattingen uitgesproken worden van het aardsche leven als een voorbereiding tot een hoogere wereld, van den hemelschen oorsprong der ziel, van het menschdom als een kudde onder het herderschap der godheid, en hoe zij, altijd den blik gericht houdende op die reine, hoogere werkelijkheid, in de zinnelijkheid een vijandige macht gaan zien, waarvan zij zich in hun ascetisme afkeeren. In den bond heerschte een strenge tucht; eerst na vijf jaren zwijgen

Sluiten