Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VOOR-SOKRATISCHE PERIODE.

33

3. Demokritus (geb. + 460 v. C. te Abdera, in tegenstelling met Heraklitus „de lachende wijsgeer", reisde veel en deed buitengewone kennis en ervaring op. Van zijn talrijke geschriften, die om vorm en inhoud evenzeer geroemd worden, is weinig meer over. Hij stond buiten de geheele intellectueele beweging, die van Athene uitging, en wordt door Plato nooit genoemd)

was de leerling van Leukippus, den eigenlijken grondlegger der atoomtheorie. ,,Daar deze denkers zich met empirisch natuuronderzoek bezig hielden, konden zij zich onmogelijk met de eleatische uitspraak vereenigen, dat al wat men van de gegeven wereld kan beweren, leege namen en bedriegelijke meeningen zijn, en evenmin met de andere, dat het Zijnde slechts Een is. Aan den natuuronderzoeker dringen zich de begrippen, waarmede hij niet laten kan het gegevene te denken, met te groote kracht en bestendigheid op, dan dat hij ze als ongeldig zou kunnen wegwerpen, ook al vermag hij ze in het logisch gebruik niet zonder tegenstrijdigheid te denken; en niet minder doet zich aan hem de onmogelijkheid gevoelen, de voorhandene disparate veelheid van het werkelijke tot eene in waarheid enkelvoudige eenheid terug te brengen, of uit een zoodanige de gegeven veelheid te verklaren". Zoo kwamen ook de atomisten er toe, een veelheid van onveranderlijke reale wezens aan te nemen.

De leer van Demokritus is het consequente materialisme met al zijn voor- en nadeelen. Waarschijnlijk mede door den invloed van Protagoras was Demokritus tot het inzicht geraakt, dat de zinnelijke gewaarwordingen, als zoet, bitter, rood, groen, warm, koud, enz., niet tot het eigenlijke wezen der dingen kunnen behaoren, daar zij het gevolg zijn van de inwerking dier dingen op ons lichaam, waarbij vooral het feit van gewicht is, dat dezelfde zaak aan verschillende menschen verschillende gewaarwordingen kan geven. (Zoo vinden wij hier het eerst de onderscheiding van objectief en subjectief, datgene wat aan de dingen „van nature" en datgene, wat hun

Sluiten