Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BLOEITIJDPERK DER PHILOSOPHIE.

47

vraagstukken steeds gelijk hebben, toch staat het beeld der wereld in haar geheel, dat het laatste geeft, misschien dichter bij de onbekende waarheid; in elk geval heeft het diepere relaties tot het gemoedsleven, tot de kunst en tot de zedelijke taak der menschheid". En bovendien voor de philosophie in engeren zin waren de onderzoekingen van Sokrates en zijn school onmisbaar. Deze denkers hebben een onschatbaar materiaal bijeengebracht voor de behandeling der vragen aangaande de mogelijkheid eener vaste wetenschappelijke en ethische overtuiging, al vermengden zij hiermede ook andere heterogene beschouwingen en al kwamen zij door een onvermijdelijke eenzijdigheid er ook toe, opvattingen uit te spreken, welke de ontwikkeling der eigenlijke natuurwetenschap moesten belemmeren.

Sokrates (geb. 469 v. C. te Athene, als zoon van den beeldhouwer Sopbroniskus en de vroedvrouw Phaenarete, eerst zelf beeldhouwer, hield zich weldra uitsluitend bezig met wijsgeerige onderzoekingen en trachtte zijn medeburgers te ontwikkelen, zonder geld voor zijn onderwijs aan te nemen. Hij bestreed de sophisten onophoudelijk en maakte zich naast vele geestdriftvolle leerlingen en vrienden tallooze vijanden. Hij was ook geen 'vriend der demokratie, liet zich evenwel niet met politiek in. Bij twee gelegenheden verzette hij zich moedig tegen de machthebbende partij. In 400 werd hij van goddeloosheid en het bederven der jeugd aangeklaagd en dronk den giftbeker, nadat hij een aanbod zijner vrienden, die hem uit de gevangenis wilden doen ontvluchten, standvastig had afgewezen).

Sokrates was een buitengewone persoonlijkheid. Zijn terugstootend uiterlijk (uitpuilende oogen, dikke lippen, wipneus, groote buik) was in wonderbare tegenspraak met zijn ziel. Vast van karakter, sterk van overtuiging, dapper, gehard tegen alle vermoeienis en arbeid en daarnaast uiterst gevoelig ; fijn beschaafd en vol tact, geestig en een meester in de ironie, rustig en opgeruimd, vol liefde voor het schoone en goede, vooral waar zich dit in de menschen vertoont, een diep religieuse natuur, geleek hij op niemand en oefende een betoo-

Sluiten