Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

GRIEKSCHE WIJSBEGEERTE.

daarom is het van hoog gewicht, dat de mensch geen vreemdeling blijft in zijn eigen ziel en onbekend met hare verhouding tot de wereld. Hij mag zich niet tevreden stellen met onklare, verwarde voorstellingen, maar moet komen tot juiste, heldere begrippen, die het wezen der dingen uitdrukken, en het onmogelijk maken, toevallige eigenaardigheden en uiterlijke kenteekenen voor het essentieele aan te zien, relatieve eigenschappen als absolute te laten gelden. Deze juiste en heldere begrippen tracht Sokrates te bereiken door het zoeken van definities, waarbij door nauwlettende beschouwing, en vergelijking van het bijzondere, een afhankelijkheid van het al genie ene aan den dag komt, dat dit bijzondere doordringt en beheerscht, en er wetten openbaar worden, die zich over alle concrete zaken en gevallen uitstrekken. Dit is de methode der inductie, welker invoering Aristoteles onder de verdiensten van Sokrates rekent. Deze Sokratische inductie (waardoor hij trouwens alleen ethische en metaphysische grondbegrippen vond) is niet, wat wij nu (vooral in de natuurwetenschap) inductie noemen, welke leidt tot het ontdekken van de wetten, waaraan het empirisch gegevene onderworpen is. Het is meer de kunst der abstractie. „Abstractie zoowel als inductie is een regressieve gedachtengang, d.i. een teruggaan van het bijzondere tot hetalgemeene. Maar de wijze van regressus van het bijzondere tot het algemeene is bij het een en bij het andere procédé geheel verschillend. De inductie gaat door bewijzen, de abstractie door ontleding terug" O. Zeker is het, dat nu in de wetenschappen des

zedelijk-goede wel als een boven de menschelijke behoeften staande norm opstelt, maar in alle concrete gevallen het bindende der zedewet toch alleen weer endaemonistisch (d.i. door te wijzen op het voordeel, het geluk, eudaünoi ia, die er voor de individuen uit volgt) weet aan te toonen. Vandaar dan ook, dat zoo uiteenloopende naturen als Antisthenes en Aristippus, die echter beide geluk en gemoedsbevrediging het hoogste goed achtten, zich zijn leerlingen konden noemen, i) Apek. Theorie der Induction pag. 56.

Sluiten