Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GRIEKSCHE WIJSBEGEERTE.

deze kunnen besluiten, als niet de meesten groote vrienden van halfheid in het zedelijke waren".

Intusschen schijnen andere redeneeringen van Aristippus zijn leer voor de praktijk minder gevaarlijk te maken. Want het is volgens hem niet doenlijk zich een maximum van genot te verwerven zonder denken en verstandelijk inzicht, waardoor men leert al het goede en slechte in het leven juist te taxeeren, en zich 'van schadelijke vooroordeelen en bijgeloovigheden die het gemoed verontrusten, losmaakt en er voor bewaard blijft een speelbal te worden der omstandigheden; waardoor men ook leert in het genieten zich zelf te beheerschen, wat Aristippus voor moeilijker verklaarde dan zich alle genot te ontzeggen". De wijzen, zegt hij, zouden, als alle wetten opgeheven waren, evenzoo leven alsof zij bestonden.

Te Cyrene trad ook nog op als leeraar: H e g e s i a s (bijgenaamd Peisisthanatos, omdat door zijn voordrachten velen tot zelfmoord kwamen), de eerste consequente pessimist. Deze oppervlakkig eenigszins vreemd schijnende overgang van hedonisme tot pessimisme is niet moeilijk te verklaren. Ook Hegesias kon zich geen hooger doel denken, dan het genot; en ziende dat de wereld vol is van lichamelijk en geestelijk lijden, waaraan men zich ook door alle wijsheid niet onttrekken kan, moest hij vanzelf tot een pessimistische levensbeschouwing komen.

Men kan Euklides, Antisthenes en Aristippus „eenzijdige Sokratici" noemen, daar zij, zich om de hoofdgedachten en de leidende principes van den meester niet bekommerend, slechts enkele zijner opvattingen aangrepen, om er hunne (op een beperkt gebied zich bewegende) leer aan vast te knoopen. Die leerling, die ten volle de groote persoonlijkheid en de hooge bedoelingen van Sokrates begrepen heeft en diens leer tot volkomen ontwikkeling bracht, is

Sluiten