Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

64

GRIEKSCHE WIJSBEGEERTE.

zuivere begrippen, die aan het menschelijk kennen in zijn verschillende vormen en gebieden leiding geven en de richting daarvan bepalen. De Idee wordt dan het denken van een Zijnde, dat nooit adaequaat in de ervaringswereld kan aangetroffen worden, maar, krachtens zijn begrip zelf, altijd „aan gene zijde" van die ervaringswereld ligt. Zij wordt het begrip eener „hoogste eenheid" waarop wij moeten „zien" (idein) die wij in het oog moeten houden, wanneer wij orde en wetmatigheid, eenheid in de veelheid der verschijnselen (phaenomena) willen bewerken. Idee is dan een allerhoogst of allerdiepst werkelijkheids-besef, dat ons voortdurend richten en leiden moet bij alle werkzaamheid van onzen geest, bij alle kuituurscheppen (in de wiskunde, de natuurwetenschap, de regeling van ons sociaal en zedelijk gemeenschapsleven, de kunst) een bewustzijn van de richting waarin wij ons bij alle geestelijk streven moeten en willen bewegen. En daar het wezen van den menschengeest altijd streven (eros) blijft, reikt de Idee altijd verder dan het door den menschengeest bereikte en — het voor hem bereikbare. Ideeën zijn dus die hoogste veelheid-eenheid-bewustheden, die wij in ons streven naar wijsheid (philo-sophia) als den menschengeest eigen, moeten ten grondslag leggen' (hypotheseis), wanneer wij in ons geestelijk leven gelooven.

Zonder het zuivere begrip „grootte" is geen wiskunde mogelijk, zonder het zuivere begrip „substantie" en „oorzaak" geen natuurwetenschap, zonder de zuivere begrippen „doel" „recht" „goedheid" geen menschelijke samenleving, zonder het zuivere begrip „schoon" geen kunst, zonder het begrip „heiligheid" geen godsdienst. Deze genoemde begrippen zijn onontbeerlijke ordenings-middelen, eenheids-vormen, die aan alle zoogenaamde gegeven materieele ervaringsinhouden eerst zin (logos) geven.

Dat wij ons weten niet door de waarneming van het empirisch gegevene verkrijgen, daarvan is Plato diep overtuigd.

Sluiten