Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BLOEITIJDPERK DER PHILOSOPHIE.

87

zich op zijn naief-realistisch standpunt plaatsen. Hij is er van overtuigd, dat de wereld, hoewel op zich zelf bestaande, niet iets geheimzinnigs, buiten onze menschelijke spheer liggende, is, maar er op ingericht is om door ons gekend te worden. Dit schijnt ook uit de ervaring te blijken.

Immers gaandeweg vormen wij door de gegevens, die de wereld zelf ons verschaft, onze kennis en deze blijft niet alleen, als ze eenmaal verworven is, geldig; maar helpt ons ook steeds verder, zoodat meer en meer het verband der dingen door ons ingezien wordt, en wij steeds meer algemeenheden en verwantschappen in het bijzondere ontdekken, die als het ware op onze syllogismen gewacht hebben om zich te laten kennen en in een major of minor te laten vangen. Hieruit schijnt vanzelf een zekere overeenkomst tusschen de vormen van ons kennen en de vormen van het zijn te volgen. In onze oordeelen moeten wij onze begrippen verbinden op dezelfde wijze als het zijnde, dat door die begrippen uitgedrukt wordt, in de werkelijkheid reeds verbonden is. De algemeenste vormen, waarin over iets geoordeeld kan wordert, en waarin dus het zijnde bestaat, noemt Aristoteles kategorieën, waarvan hij er tien aanneemt: substantie (wézen) quantiteit, qualiteit, betrekking, plaats, tijd, liggen, hebben, doen en lijden. In de werkelijkheid ontleent al het bijzondere, hoe groote versoheidenheid het ook moge vertoonen, zijn beteekenis aan het algemeene, dat er in is uitgedrukt; en ook in het algemeene vindt nog weer een opklimming plaats, daar telkens'het lagere algemeene van het hoogere afhankelijk is. Deze reëele verhouding moeten wij nu in de verbinding van onze begrippen en oordeelen afbeelden; en het ideaal der wetenschap zou bereikt zijn, als al het bijzondere en algemeene, zooals het in werkelijkheid bestaat en in elkaar grijpt, in een welgeordend systeem van begrippen volmaakt was weergegeven, zoodat mpn van al het existeerende terstond al zijn relaties tot de overige existenties kon voor oogen hebben.

Sluiten