Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BLOEITIJDPERK DER PHILOSOPHIE.

107

i rtt 7 hem aUeen ei^ene ™™> de rede tot

werkehjkhe.d wordt. Deze rede, wier werkzaamheid bestaat m het denken is onstoffelijk, onveranderlijk, goddelijk kot ,,van bmten" in den mensch, en kan ook met den dood ™ het lichaam met vergaan; in haar zijn de hoogste principT waardoor de eerste gronden van alle zijn worden geS Daar deze rede zich echter bij den mensch moet ZtS^L en met meens ten volle werkt, moet men in haar no7 w er een onderschei aannemen tüsschen aanleg en werkend passieve en actieve rede. De passieve rede, be^andetde' theoretische functies der animale ziel met haar zLehjke voors ell en herinneringsbeelden heeft de hoogereTcSe rede als een bewegend principe in zich. Evenals een o^hTe ven blad (tab«la rasa) wel potentieel, niet actueel een boek zoo zIJn ook de kundigheden der ziel potentieel in W aan

^ h°0gSte ^ « werke^heul Tn LTrTu e,genhjk de meenin& van Aristoteles is over

vast. alle lagere zielsvormen, die de mensch met de andere organische wezens gemeen heeft, zijn vergankelijk en ver

^haam hiermede echter schijnt tevens al het individueele weg -oeüuk te onderscheiden, fa de v0,ge„de eeuTen is er

„Anstoteles heeft zich met zijne psychologie zeker de groote verdienste verworven van eene opzettere „! keurige studie aan de psychische verschijnselen gewijd ™ daardoor een begin met deze wetenschap gemaakt tetebbe„ Maar z,Jn verdienste zou nog grooter geweest zi n afc hH z»n eminente scherpzinnigheid alleen hiervoor gebruikt had Grieksche Wijsbegeerte, 3e druk.

Sluiten