Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ETHISCHE SECTEN.

139

Akademie, in zoo goede aarde vielen. Maar men moet bedenken, dat Plato's godsdienstig geloof niet juist op zijn opvolgers behoefde over te gaan; dat zijn ideeënleer, die voor een zuiver dogmatische theorie werd aangezien, door hare eenzijdigheid en door moeilijkheden in ondergeschikte kwesties velen op een dwaalspoor bracht en in hare ware en vèrreikende strekking niet begrepen werd. De meesten beschouwden haar als door Aristoteles voldoende te zijn weerlegd en afgedaan. Bedenkt men dan verder, dat Plato de mogelijkheid van alle wetenschap alleen op de ideeën baseerde, en alles wat daar buiten viel, tot de wereld van het niet-zijnde, van den schijn, het bloote meenen rekende, dan zal men het niet meer zoo vreemd vinden dat de Akademici Arkesilaus en Karneades aan de beschouwingen van Pyrrho gewillig het oor leenden. Na Aristoteles schijnt men er vrij algemeen van doordrongen geweest te zijn, dat alle kennis, ook die van het bovenzinnelijke, haar fundament in de zinnelijke kennis heeft. Nu trachtten Arkesilaus en Karneades, wier werkzaamheid voornamelijk bestaat in het bestrijden der Stoa, door argumenten aan Plato en Pyrrho ontleend, aan te toonen, dat men geen kennis van de zinnelijke gegeven wereld kan verkrijgen. De eerste wees het Stoische kriterium der waarheid in de voorr stellingen af, aanvoerend, dat valsch blijkende voorstellingen dikwijls ook een sterke overtuigingskracht hebben, en de tweede, in zijn schitterende polemiek tegen Chrysippus, hield zich voornamelijk bezig met het begrip der waarschijnlijkheid, waarvan hij drie graden aannam, en die hij voldoende oordeelde voor den mensch om naar te handelen. Verder gaf hij een treffende kritiek van het Stoische Godsbegrip

De latere skeptici, Aenesidemus en Agrippa (wier voornaamste beschouwingen wij in de geschriften van Sextus Empirikus vinden) brengen zeer scherpzinnige bezwaren tegen de mogelijkheid van door waarneming en denken te verwerven kennis aan, die in de nieuwere philosophie meerGrieksche Wijsbegeerte, 3e druk. IO

Sluiten