Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

142

GRIEKSCHE WIJSBEGEERTE.

goede wil, maar het niet altijd kan; in het tweede geval is hij wreed en onwelwillend. Zoo blijkt dus dat het begrip van van een goed en almachtig God met het oog op de ervaring niet goed te denken is, en dat de Stoische Theodicee tot de onmogelijkheden behoort.

Dat de dogmatische philosophen, als de Stoici, tegenover deze beschouwingen niet volkomen op hun gemak waren, is zeer begrijpelijk. In 't algemeen hebben de Skeptici goede diensten gedaan door het tegengaan van de aanmatigingen van het bespiegelend denken. Eerst wij, die na de ontwikkeling der natuurwetenschappen en het optreden van Kant, hebben ingezien door het onderzoek naar de mogelijkheid en de grenzen der menschelijke kenpis, dat wij zuivere wetenschap kunnen bezitten, zonder daarmede het diepste wezen der wereld uit te drukken, eerst wij kunnen tegenover de argumenten der Skeptici volkomen gerust zijn, en de vastheid en scherpte van geest waardeeren, waarmee zij problemen wisten te stellen, die door de meesten in hun denksleur waren voorbijgezien. Toch vormen zij een tragisch slot van de oude wijsbegeerte. Een Sokrates trad op om de Sophisten te weerleggen, en zegevierend het weten te verdedigen. De argumenten der Skeptici bleven onweerlegd; het geloof aan de wijsbegeerte was verdwenen.

Naast het skepticisme bestond er een philosophisch geheel waardeloos eklekticisme (van eklegein = uitkiezen), dat zich aan geen bepaald systeem wil houden, maar uit alle het ware of waarschijnlijke uitzoekt. Men ging hierbij uit van het denkbeeld, dat geen der bestaande systemen de volle waarheid bevatte, maar er toch in alle een zekere waarheid moest verborgen liggen. Hoe zal men echter in dit geval een keuze doen ? Met willekeur kan men hier niet te werk gaan, en als men naar principes wil handelen, moet men of een (naar die principes gebouwd) vreemd systeem aannemen, of er zelf een

Sluiten