Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LITERAIRE BESCHOUWINGEN.

DE ZIELE BETRACHT DE NABIJHEID GODS

Ik meende ook de Godheid woonde verre,

in eenen troon, hoog boven maan en sterren,

en heften menigmaal mijn oog

met diep verzuchten naar omhoog;

Maar toen gij U beliefden te openbaaren,

toen zag ik niets van boven nedervaaren;

Maar in den grond van mijn gemoed

daar werd het liefelijk en zoet.

Daar kwaamt gij uit der diepte uitwaarts dringen

en als een bron mijn dorstig hert bespringen,

zoodat ik U, o God, bevond

te zijn den grond van mijnen grond.

Dies ben ik blij, dat gij, mijn hoog beminden,

mij nader zijt dan al mijn naaste vrinden.

Was nu alle ongelijkheid voort,

en 't herte rein gelijk het hoord,

geen hoogte, noch geen diepte zouw ons scheiden,

ik smolt in God, mijn lief; wij wierden beide

een geest, een hemels vlees en bloed,

de wezentheid van Gods gemoed,

dat moet gescbien. Och, help, getrouwe Heere,

dat wij ons gants in Uwen wille keeren.

JOANNES LUIKEN.

Ik wensch onzen leezers in herinnering te brengen, welken schat onze literatuur bezit in een klein boekje: „Jezus en de ziel" bevattend gedichten en prenten van Joannes Luiken.

Men kent hem vooral als teekenaar en illustrator. Hij versierde tal van boeken met zijn prentkunst. En men weet van hem, dat hij verzen schreef. Maar men kent hem niet genoeg als een groot, oorspronkelijk dichter en teekenaar.

Men houdt hem meestal voor een vroom geworden losbol, die aanvankelijk het leeven lustig genoot, een vroolijke vrijer — die op rijper leeftijd ernstig geworden — zooals dat meer gaat — zich geheel oovergaf aan vroome bespiegelingen.

14

Sluiten