Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den, en dat een kostbaar en eerbiedwaardig bezit is voor een volk.

Aldus verteegenwoordigt hij, en heeft hij geduldig en steevig gekampt voor een goed ideaal, en om zich verzameld een kleinen kring van gelijkgezinden, wier gemeenschappen lijk werk ons volk nog langen tijd tot eer zal strekken — al vindt het nu nog maar weinig populariteit.

Verwey is een merkwaardig fenomeen, meer dan een eedele en beminnenswaardige persoon. Men moet zijn werk be* wonderen, ook al kan men hem als mensch niet innig lief* hebben. Zijn boek doorbladerend, vind ik zeer weinig, wat mij diep ontroert, af en toe iets, waarom ik moet glimlachen, omdat het smakeloos en leelijk is, maar toch ook nooit iets, waarvan ik moet zeggen „dit is hol, of voos, of oneerlijk."

Uit zijn poëzie is onmiddellijk te verklaren, zoowel het feit, dat hij niet algemeen als nationaal dichter wordt geëerd, ondanks zijn sterk Hollandsch karakter en nationaal gevoel — als dit, dat hij een kring van trouwe en toegewijde, en daarbij zeer talentvolle volgers heeft geschapen.

Zijn werk is bij uitstek leerzaam, instructief. Het toont ons hoe een mensch zijn weezen zuiver kan verklanken, tot ritmische uiting brengen, hoe hij dus dichter kan worden, ook al zijn de groote dichterlijke eigenschappen, diepe mys; tische intuïtie, brandende liefde, en zelfverloochenende heldhaftigheid hem vreemd.

Verwey doet zich kennen als een bezadigd, verstandig, wel*eevenwigtig denker, eenigszins droog, nuchter en zelf* zuchtig — maar toch rechtschapen en betrouwbaar. Eigenlijk een middelmatig mensch, — maar die toch verre booven de middelmaat uitstijgt, door zijn standvastige toewijding aan de schoonheid van het woord.

Hij zegt het zelf in het schoonste vers uit den bundel, in de terzinen gewijd aan zijn gestorven vriend en meede* dichter Gutteling:

„Wat ik met moeite werd, waart gij geboren."

23

23

Sluiten