Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Henriette Holst de Vrouw, de Vrouw in haar nieuwe positie en waardigheid, de vrouw in het nieuwe, herbooren menschdom.

Dit naar vereischte te doen is een geweldige opgaaf. De maatschappij aan te tasten met het bijtend loog der ironie — zooals Shaw b.v. doet — is gemakkelijk en belooft meestal succes.

Maar teegenoover de negatie het positieve op te bouwen, zonder aarzelen in de gegeeven rigting tot gang te koomen, het ethisch schoon te geeven, en de weegen van goedheid en deugd met vaste hand aan te wijzen, dat vereischt veel. Het vereischt öf een geweldige kracht, die prestige mee* brengt, öf een naïef kinderlijk eenvoudige ziel, die vuurvast blijft in de scherpste ironie.

Dit vind ik het mooye en goede in het boek van Henriette Holst dat ze het heeft aangedurfd, het beetere, mooyere leeven in een toekomst*vizioen te verbeelden. Zulk een een* voudige daad staat zoo hoog booven het gemorrel en geschar* rel van futuristische decadenten, dat ik elk woord van kritiek in eerbied zou willen hullen.

Het werk is volstrekt niet onaantastbaar. G. B. Shaw zou het begraven onder verteerende sarkasmen. Maar dit con* stateerend, gaat al mijn liefde uit naar het positieve werk, en mijn afweer naar het negeerende en spottende. Ik houd van ironie en acht die gezond en onmisbaar, om de weeke uitgroeisels, het wilde vleesch eener nieuwe groei als met helsche steen te cauteriseeren.

Maar de steen is daarom niet minder helsch — en als hij het eedele weefsel zou aantasten, zullen wij dat beschermen.

Het is een goede daad, dit boek, ook al heeft het zwak* heeden, en al is de wijsheid die het steunt en deed groeyen, niet zeer diep. Zeer diepe inzichten werken soms verlam* mend, en voor den ethischen bouwer, den schepper van schoonheid, is een zeekere beperktheid juist voorwaarde tot vaste daad*kracht.

31

31

Sluiten