Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het publiek. Men moet niet anders bemerken dan dat zij danst om de vreugde en de heerlijkheid van den dans zelve.

Schoon dansen, bij schoone muziek is een onuitspreekelijk genot. Iedere jonge mensch, die het gedaan heeft, zal het mij toegeeven. En zooiets moet het blijven. Niet een vertooning voor een betalend publiek, dat men wil streelen en te vriend houden. Maar een uitdrukking van diep, innerlijk geluk — dat ongezocht oovergaat op den toeschouwer.

Trouwens, ik zou mij voor dat Hilversumsche publiek niet veel moeite hebben gegeeven. Ze klapten wel en waren vol* daan, maar hun onderscheidingsvermoogen scheen mij niet groot. En gewoon schandelijk vond ik hun koele houding teegenoover het waarachtig fraaye en gevoelvolle zeggen der fransche gedichten door mad. Dhayrmond.

Wat de muziek betreft, daarop moet nog iets anders wor* den bedacht. Het harpspel voldeed, maar het geluid van den vleugelpiano klonk zoo ijl, zoo tinkelig en ijzerig, tusschen* beide ook zoo reegelrecht valsch — dat men kon bemerken, dat het instrument zich daarbuiten, in de zoomerzon en de frissche lucht, niet op zijn plaats voelde en dit te kennen gaf door een zeer duidelijke ontstemming.

Het geluk eevenwel van schoone kleuren, blijde gebaren, ranke leenige lichamen, van blonde haren plotseling oplich* tend in den feilen zonnegloed — alles gedragen door de muziekale gedachten van groote toondichters — dat geluk nam ik mee als een kostbaar, blijvend goed.

(1915)

47

Sluiten