Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op zoo hinderlijke wijze, dat het is, alsof men de keel» en ademspieren van een zanger zag functionneeren.

Hoe vreemd het staat met de diepe waarachtige wijding van deeze luisteraars, dat bleek wel aan het slot. Toen onze ziel was opgevoerd in de hoogste spanning en dan op een» maal werd losgelaten met een eindtoon van ongehoorde kracht en stoutheid, zoodat ze niets beeters zou kunnen ver* langen, dan een uurenlang zwijgen van heemel en aarde in

de diepste zelf*verzonkenheid wat deed toen het zoo*

zeer gestichte publiek?

Onmiddellijk, zonder ook maar een pauze van een frag* ment eener seconde, onmiddellijk barstte het los in een af* schuuwelijk gedaaver, een geluid, alsof de hel, met al zijn bur* gerlijkste démonen, was losgelaten, om zoo spoedig moogelijk al het schoone, wat de ziel zich in twee uuren aandacht ver* gaard had, in een troebelen stroom van vuil geraas weer weg te spoelen, in twee minuuten tijds.

Onmiddellijk was alle wijding weg, de menschen liepen door elkaar, als mieren, wier nest verstoord wordt, gejoel, gebabbel, gebuig, gedachtetjes aan succes, aan jassen en man* tels, aan coupeetjes en taxis en trams, — ach! hoe dun zit er die vroomheid nog maar op.

In de allerpijnlijkste beklemming, met de handen voor de ooren, redde ik mij uit dien chaos. En huiswaarts keerend steeg voor mijn geest het vizioen, de profetie van hoe het eenmaal worden kan, als de waereld gelouterd is.

Ik dacht nog niet eens aan onbereikbare verheevenheid, niet aan de schoonheeden van een hooger Rijk, waarin mijn bevrijde ziel oover vijftig jaren den weg zal zoeken — ik dacht aan een aardsch en zeer uitvoerbaar plan, dat onze onmiddellijke nakomelingen kunnen verwerkelijken, en waar* van de voornaamste gegeevens reeds «voorhanden zijn, ont* worpen door Hutschenruyter en Berlage voor hun Beet* hoven*huis.

55

Sluiten