Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik dacht aan een tijd, dat de volkeren tot bezinning zullen gekoomen zijn en hun strijd van domme weederzijdsche ver* nieling, zal geworden zijn een vuurig elkander voorbijstreeven in de meest waardevolle werkzaamheeden. Een tijd waarin de dwaasheid van thans met schaamte en ootmoed herdacht wordt, en waarin dan de besten aller groepen te samen koomen om de verklanking der hoogste en schoonste menschgedachten in waardige omgeeving te genieten.

En dan ons land, de Hollandsche duinenkust. Daarop de eenzame tempel van witten steen, de schoonste architec* tonische gedachte, die Berlage gehad heeft. Een week van wijding, waarin de symfonieën van Beethoven en Mahler de verbroedering der menschen uitzingen.

De uitvoeringen teegen den laten namiddag, zoodat het einde samenvalt met den zonsondergang. De hoorders zien niets van orkest of uitvoerend choor, maar enkel het duinen* verschiet en de avondheemel door de groote vensters.

Maar somtijds, op bepaalde oogenblikken, zooals b.v. Mahler's scherzo in zijn tweede symfonie, wordt gedanst door luchtige figuuren in eedlen stijl, zich zacht en harmo* nieus afteekenend teegen den grooten achtergrond.

En alle hoorders in gewijde, ernstige stemming, zwijgend en plechtig bewust van het heilige en groote, dat getracht wordt weer te geeven en te ondergaan.

Een meenigte, die zich kleedt in witte, of lichtkleurige ge* waden, omdat het, bij alle rouw en deemoed, een feest is van reinheid en blijheid, vol toevertrouwen.

De geluiden der natuur, hetzij wind of reegen, of het zee* geruisch, of het schreeuwen der strandvoogels, stooren niet in de harmonieën van instrument en stemmen.

En als de laatste toon der muziek verstorven is, en de zonnekoogel niet meer zichtbaar — dan een lange, diepe stilte, waarin men de eeuwige stemmen van wind en zee

56

Sluiten