Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MISLUKTE PROPAGANDA

Een innerlijke stem, waaraan ik meestal pleeg te gehoor* zamen, had mij gewaarschuuwd de uitnoodiging van „Volks* weerbaarheid" om te spreeken op de propaganda*avond, niet aan te neemen. Ik bezweek echter voor de volgende argumentatie:

— „Je hebt op dit punt toch een vaste oovertuiging?"

— „Zeeker! ik heb die herhaaldelijk uitgesprooken in „de Groene".

— „Je erkent, dat ons volk een groot gevaar dreigt, je voorziet de moogelijkheid van groot onheil?"

— „Ja."

— „Dan is het toch ook je plicht waarschuuwend op te treeden, waar je kunt".

— „Goed! ik zal koomen".

Maar toen ik in de annonce las „Vrije toegang. Geen debat", toen begon ik al de lucht te krijgen van de koomende herrie. Dat was, alsof men vollen stoom gaf, en teevens de veiligheidsklep toeschroefde.

In de solistenkamer, waar het comité bijeenkwam, drong het gezang dóór uit de groote zaal. Men zei verheugd: „ze zingen al!" Men dacht blijkbaar aan het Wilhelmus. Maar het was de Internationale.

Op het podium koomend, begreep ik eindelijk naauwkeurig wat mijn waarschuuwing beteekend had. Daar stonden offi* eieren, daar kletterden sabels, daar zaten ge*uniformde jonge* lui onder oranjemanen, daar was een militair fanfarecorps...

En daar zat, in de zaal, het mij maar al te goed bekende publiek van de Amsterdamsche volksvergaderingen.

Dat kwam mij vóór alsof men, teegenoover een kamp vol stieren, een étalage van roode lapjes kunstiglijk had ten toon gespreid.

5. L. den W.

65

Sluiten