Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Universiteit en lid van de Koninklijke Academie. En dat is hij alles geworden na de publicatie van dat stoute stuk. Is hij er soms van teruggekoomen? Heeft hij zijn woorden ingetrokken? Ik heb er niets van vernoomen. Ik meen zeeker te weeten van niet.

Maar lieve heemel! wat voor soezebollen zitten er dan toch in de academische» en regeerings#lichamenl kunnen die menschen alleen cijferen en administreeren — en heelemaal geen Hollandsen leezen?

Ze moeten toch, vóór zijn benoeming, kennis genoomen hebben van al zijn geschriften, ook van dit geschrift.

Nu zijn Excellenties en Hooggeleerden, als het algemeen wenschelijke wijsheid geldt, soms merkwaardig incompetent. Vooral in onze dagen te dat op pijnlijke wijze aan 't licht gekoomen.

Men moet aanneemen dat ze eigenlijk, in wijsgeerige zaken, geen ernst van onzin kunnen onderscheiden. Ze heb* ben oover die honderd bladzijden heen geleezen en gedacht: „nu ja! dat is maar zoo wat fantastisch gezwets van een on* besuisden jongeling. Dat telt niet mee. Daar meent hij natuurlijk niets van. Wij hebben alleen met zijn mathematisch vernuft te maken. Dat is geniaal en solide. Ergo, wij negeeren rustig die buitenspoorigheeden, die hij zelf wel gaauw ver* geeten zal, en wij neemen hem op in onzen officieelen, académischen Heemel, waar hij troonen mag tusschen de gelauwerden en geridderden, en zich zonder twijfel spoedig eeven bezadigd, eeven correct*weetenschappelijk en fatsoen* lijk gedragen zal als wij allen."

Deeze houding is echter min of meer ridicuul. Ze schijnt te getuigen van een hooge weetenschappelijke neutraliteit. Maar in waarheid bewijst ze onweetendheid in de hoogste geestes* functies van den mensch, en onbekwaamheid in het leezen en verstaan van onze taal.

Want het meest opvallende in die honderd bladzijden

77

Sluiten